Samenvatting

  • Per 1 januari 2026 daalt de overdrachtbelasting voor tweede woningen, vakantiehuizen en verhuurwoningen van 10,4% naar 8%
  • Het tarief van 2% voor eigenaar-bewoners blijft ongewijzigd, evenals het standaardtarief van 10,4% voor bedrijfspanden
  • De verlaging geldt ook voor woningen gekocht door bedrijven of bv's voor verhuur
  • Jongeren tussen 18 en 35 jaar krijgen vrijstelling voor woningen tot €555.000 als hoofdverblijf
  • De maatregel is definitief goedgekeurd door beide Kamers en treedt 1 januari 2026 in werking

De overdrachtbelasting voor tweede woningen daalt per 1 januari 2026 van 10,4% naar 8%. Deze verlaging van 2,4 procentpunt geldt voor alle woningen die niet als hoofdverblijf dienen: vakantiehuizen, verhuurwoningen en woningen gekocht door bedrijven of bv’s. Het tarief van 2% voor eigenaar-bewoners blijft ongewijzigd.

De maatregel is definitief vastgesteld na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer. Parallel hieraan krijgen jongeren tussen 18 en 35 jaar een vrijstelling voor woningen tot naar verwachting €555.000 als hoofdverblijf. Experts verwachten dat de verlaging vooral beleggers en verhuurders bevoordeelt, terwijl het effect op de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen onzeker blijft.

Actueel
Gecontroleerd:

Wat verandert er in 2026 voor overdrachtbelasting

Per 1 januari 2026 treedt een gerichte verlaging van de overdrachtsbelasting in werking. De wijziging betreft uitsluitend woningen die niet als hoofdverblijf dienen – denk aan tweede woningen, vakantiehuizen en verhuurpanden. Voor deze categorie daalt het tarief van 10,4% naar 8%, een besparing van 2,4 procentpunt.

De verlaging is definitief goedgekeurd door zowel de Tweede als Eerste Kamer en staat vast voor 2026. Experts verwachten dat de maatregel vooral impact heeft op de verhuurmarkt en beleggers in woningvastgoed.

Overdrachtbelasting tarieven per 1 januari 2026
Huidige situatie
Na hervormingen
Eigen woning (hoofdverblijf)
2%
Eigen woning (hoofdverblijf)
2%
Tweede woning / vakantiewoning
10,4%
Tweede woning / vakantiewoning
8%
Bedrijfspanden, kantoren, winkels
10,4%
Bedrijfspanden, kantoren, winkels
10,4%
Onbebouwde grond
10,4%
Onbebouwde grond
10,4%
Overdrachtbelasting tarieven per 1 januari 2026

Tariefswijzigingen per woningtype

De tariefdaling geldt specifiek voor woningen die worden aangekocht als belegging of tweede verblijf. Vakantiehuizen in binnen- en buitenland vallen onder het verlaagde tarief van 8%, evenals woningen die direct na aankoop worden verhuurd. Ook bedrijven of bv’s die woningen kopen voor verhuur profiteren van het lagere tarief.

Informatie
Belangrijk: Het nieuwe tarief van 8% geldt alleen voor woningen. Andere vastgoedcategorieën zoals kantoren, winkels en onbebouwde grond blijven onder het standaardtarief van 10,4% vallen.

Voor ontwikkelaars die nieuwbouwprojecten realiseren, kan de tariefdaling de financiële haalbaarheid nieuwbouw onder huurregels beïnvloeden, vooral bij projecten gericht op de verhuurmarkt.

Wat blijft ongewijzigd

Het tarief voor de eigen woning blijft 2% voor kopers die het pand als hoofdverblijf gebruiken. Deze regeling geldt ongewijzigd voor alle eigenaar-bewoners, onafhankelijk van leeftijd of inkomen – tenzij zij gebruikmaken van de vrijstelling voor jongeren tussen 18 en 35 jaar.

Tip
Voor commercieel vastgoed zoals bedrijfspanden, kantoren, winkels, garages en onbebouwde grond blijft het tarief 10,4%. Deze categorie valt buiten de verlaging.

De bestaande vrijstellingen en regelingen voor specifieke situaties – zoals erfrecht, schenking tussen partners of bedrijfsopvolging – blijven eveneens van kracht onder dezelfde voorwaarden als voorheen.

Helder onderscheid tonen tussen tariefstoepassing voor eerste en tweede woningen
Huidige situatie
Na hervormingen
Eerste woning (hoofdverblijf)
Ingeschreven in BRP
Eerste woning (hoofdverblijf)
2% overdrachtbelasting
Tweede woning
Verhuur, vakantie of belegging
Tweede woning
8% overdrachtbelasting (vanaf 2026)
Controle door Belastingdienst
BRP-inschrijving, energierekeningen
Controle door Belastingdienst
Daadwerkelijke bewoning gecontroleerd

Verschil tussen eerste en tweede woning

Het Nederlandse overdrachtbelastingstelsel hanteert verschillende tarieven afhankelijk van het gebruik van de woning. Deze onderscheiding bepaalt hoeveel belasting je betaalt bij de aankoop van onroerend goed.

Definitie hoofdverblijf en tweede woning

Een eerste woning geldt als hoofdverblijf wanneer je er daadwerkelijk woont en bent ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Voor dit type woning betaal je 2% overdrachtbelasting – een tarief dat al jaren ongewijzigd blijft.

Alle andere woningen vallen onder de categorie ’tweede woning’. Dit omvat vakantiehuizen, verhuurwoningen, beleggingspanden en woningen die je koopt zonder er zelf te gaan wonen. Per 2026 betaal je hiervoor naar verwachting 8% overdrachtbelasting, een daling van het huidige tarief van 10,4%.

Informatie
De Belastingdienst controleert actief of een woning daadwerkelijk als hoofdverblijf wordt gebruikt. Factoren zoals inschrijving in de BRP, energierekeningen en daadwerkelijke bewoning spelen hierbij een rol.

Tariefstoepassing in de praktijk

De praktische toepassing van deze tarieven is helder. Koop je een woning om er zelf in te wonen, dan geldt het 2%-tarief. Koop je een woning voor verhuur, als vakantiewoning of als belegging, dan betaal je vanaf 2026 het 8%-tarief.

Voor verhuurders en beleggers betekent deze tariefdaling een aanzienlijke kostenbesparing. Bij een verhuurwoning van €400.000 scheelt dit €9.600 aan overdrachtbelasting. Deze verlaging kan de kredietverlening voor tweede woningen beïnvloeden, omdat lagere aankoopkosten de financiering van beleggingspanden aantrekkelijker maken.

Let op
Let op: ook woningen gekocht door bedrijven of BV’s voor verhuur vallen onder het 8%-tarief. Dit geldt ongeacht of het bedrijf de woning direct verhuurt of tijdelijk leeg laat staan.

De Belastingdienst beoordeelt per geval of sprake is van hoofdverblijf. Schijnconstructies om het lagere tarief te krijgen worden streng aangepakt. Bij twijfel over de juiste tarieftoepassing kun je vooraf een beschikking aanvragen bij de Belastingdienst.

Berekening overdrachtbelasting: voorbeelden en praktijk

De overdrachtbelasting wordt berekend over de volledige koopprijs van het onroerend goed. Voor tweede woningen, verhuurpanden en vakantiehuizen geldt vanaf 2026 een tarief van 8% – een daling van 2,4 procentpunt ten opzichte van het huidige tarief van 10,4%. Deze verlaging heeft directe gevolgen voor de totale aanschafkosten.

Voorbeeld: aankoop tweede woning voor €400.000
Koopprijs tweede woning
€400.000
€400.000
Overdrachtbelasting 2025 (10,4%)
€400.000 × 10,4%
€41.600
Overdrachtbelasting 2026 (8%)
€400.000 × 8%
€32.000
Besparing per 1 januari 2026
€41.600 − €32.000
€9.600
Totale overdrachtbelasting 2026
€32.000
Voorbeeld: aankoop tweede woning voor €400.000

Stap-voor-stap berekening tweede woning

De berekening van overdrachtbelasting voor een tweede woning is relatief eenvoudig. Je vermenigvuldigt de koopprijs met het toepasselijke tarief van 8%.

Stel, je koopt een tweede woning voor €400.000. De overdrachtbelasting bedraagt dan €400.000 × 8% = €32.000. Onder het huidige tarief van 10,4% zou je €41.600 betalen – een besparing van €9.600.

Informatie
De koopprijs is het bedrag dat in de koopovereenkomst staat vermeld. Eventuele bijkomende kosten zoals makelaarskosten of notariskosten tellen niet mee voor de berekening van overdrachtbelasting.

Bij een duurdere tweede woning van €600.000 betaal je vanaf 2026 €48.000 aan overdrachtbelasting in plaats van €62.400. Het verschil van €14.400 kan een aanzienlijke impact hebben op je financiering.

Berekening verhuurwoning en vakantiewoning

Verhuurwoningen en vakantiehuizen volgen dezelfde berekeningswijze als tweede woningen. Het tarief van 8% geldt voor alle woningen die niet als hoofdverblijf dienen.

Voor een verhuurwoning van €350.000 betaal je €28.000 aan overdrachtbelasting. Een vakantiewoning van €500.000 kost €40.000 aan belasting. Deze verlaging kan vooral voor vastgoedbeleggers aantrekkelijk zijn, omdat het de initiële investering verlaagt.

Tip
Verhuurders moeten rekening houden met aanvullende regelgeving. De financieringsrisico’s voor verhuurders kunnen invloed hebben op de beschikbaarheid van hypotheken voor beleggingspanden.

Berekening bij aankoop door bedrijf of bv

Bedrijven en bv’s die woningen kopen voor verhuur betalen eveneens het verlaagde tarief van 8%. Dit geldt specifiek voor woningen bestemd voor verhuur aan particulieren.

Een bv die een portefeuille van drie huurwoningen koopt voor in totaal €900.000, betaalt €72.000 aan overdrachtbelasting. Onder het oude tarief zou dit €93.600 zijn geweest.

Let op
Let op: het verlaagde tarief geldt alleen voor woningen. Commercieel vastgoed zoals kantoren, winkels of bedrijfspanden blijft onderworpen aan het standaardtarief van 10,4%.

De verlaging maakt vastgoedinvesteringen door bedrijven financieel aantrekkelijker, hoewel andere factoren zoals de kredietverlening aan beleggingspanden ook een rol spelen bij de uiteindelijke rendementscalculatie.

Vrijstelling voor jongeren van 18 tot 35 jaar

Naast de tariefswijzigingen voor tweede woningen introduceert de overheid per 2026 een vrijstelling van overdrachtbelasting voor jongeren. Deze maatregel richt zich op starters op de woningmarkt tussen 18 en 35 jaar die hun eerste woning kopen. De vrijstelling geldt alleen voor woningen die als hoofdverblijf dienen.

Voorwaarden voor vrijstelling overdrachtbelasting jongeren 2026
Leeftijd tussen 18 en 35 jaar
Woning dient als hoofdverblijf
Koopprijs maximaal €555.000
Eerste eigen woning aankoop
Geen eerdere vrijstelling gebruikt
Voorwaarden voor vrijstelling overdrachtbelasting jongeren 2026
Informatie
De vrijstelling voor jongeren geldt naast het reguliere 2%-tarief voor eerste woningen. In de praktijk betekent dit dat jongeren helemaal geen overdrachtbelasting betalen op hun eerste woning, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Voorwaarden voor de vrijstelling

Voor de vrijstelling gelden strikte voorwaarden die door de Belastingdienst worden gecontroleerd. De koper moet tussen 18 en 35 jaar oud zijn op het moment van de overdracht. Daarnaast moet de woning dienen als hoofdverblijf – verhuur of gebruik als vakantiewoning is uitgesloten.

De administratieve vereisten worden naar verwachting vergelijkbaar met de huidige regelgeving voor het 2%-tarief. Dit betekent dat kopers een verklaring moeten ondertekenen waarin zij bevestigen dat de woning hun hoofdverblijf wordt. De Belastingdienst kan achteraf controleren of aan deze voorwaarde is voldaan.

Let op
Bij onjuiste opgave of latere verhuur binnen een bepaalde periode kan de Belastingdienst de vrijstelling terugvorderen, inclusief rente en boetes. De exacte termijnen worden nog vastgesteld.

Maximale woningwaarde en toepassing

De vrijstelling geldt voor woningen met een koopsom tot maximaal €555.000. Dit bedrag ligt naar verwachting rond het niveau van de starterslening en andere overheidsmaatregelen voor jonge kopers. Voor woningen boven deze grens betalen jongeren het reguliere 2%-tarief over het gehele bedrag.

Experts verwachten dat de maatregel vooral effect heeft in regio’s waar starterswoningen onder de €555.000 beschikbaar zijn. In de Randstad, waar veel woningen deze grens overschrijden, zal het praktische effect beperkt blijven tot specifieke segmenten van de woningmarkt.

Tip
De vrijstelling combineert met andere startersmaatregelen zoals de Nationale Hypotheek Garantie en startersleningen van gemeenten. Dit kan de totale kosten van een eerste woning aanzienlijk verlagen.

Veel gestelde vragen over overdrachtbelasting 2026

De verlaging van overdrachtbelasting voor tweede woningen roept veel praktische vragen op. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over de nieuwe tarieven die per 1 januari 2026 ingaan.

Besparing overdrachtbelasting (2,4%) op verschillende koopprijzen
€100.000€1.000.000
€100.000
Besparing: €2.400
€300.000
Besparing: €7.200
€500.000
Besparing: €12.000
€750.000
Besparing: €18.000
€1.000.000
Besparing: €24.000
€100.000Besparing: €2.400
€300.000Besparing: €7.200
€500.000Besparing: €12.000
€750.000Besparing: €18.000
€1.000.000Besparing: €24.000
Besparing overdrachtbelasting (2,4%) op verschillende koopprijzen

Hoeveel overdrachtbelasting betaal ik voor een tweede woning?

Voor een tweede woning betaal je vanaf 1 januari 2026 naar verwachting 8% overdrachtbelasting over de koopprijs. Dit is een daling van 2,4 procentpunt ten opzichte van het huidige tarief van 10,4%.

Informatie
Een tweede woning van €400.000 kost je €32.000 aan overdrachtbelasting in plaats van €41.600. Je bespaart dus €9.600.

Het 8%-tarief geldt voor alle woningen die je niet als hoofdverblijf gebruikt. Dit betekent dat je al een eigen woning hebt en een tweede woning koopt, ongeacht het doel.

Geldt de 8% ook voor vakantiehuizen en beleggingspanden?

Ja, het verlaagde tarief van 8% geldt voor alle woningen die niet als hoofdverblijf dienen. Dit omvat vakantiehuizen, beleggingspanden voor verhuur en andere tweede woningen.

De verlaging is onderdeel van bredere maatregelen om de huurmarkt te stimuleren. Experts verwachten dat dit vooral beleggers kan aantrekken tot investeringen in verhuurwoningen, wat indirect kan bijdragen aan het verhuren van meer woningen in het middensegment waar huurregulering middensegment woningen van toepassing wordt.

Tip
Let op: commerciële panden zoals kantoren, winkels en bedrijfspanden blijven onder het 10,4%-tarief vallen. De verlaging geldt alleen voor woningen.

Hoe bereken ik overdrachtbelasting voor een verhuurwoning?

Voor een verhuurwoning bereken je de overdrachtbelasting door de koopprijs te vermenigvuldigen met 8%. Dit geldt ongeacht of je als particulier of via een bedrijf of bv koopt.

De berekening is eenvoudig: koopprijs × 8% = verschuldigde overdrachtbelasting. Bij een verhuurwoning van €350.000 betaal je dus €28.000 aan overdrachtbelasting.

Let op
Verhuurwoningen vallen altijd onder het 8%-tarief, ook als je er zelf tijdelijk zou kunnen wonen. De Belastingdienst kijkt naar het primaire gebruik van de woning.

Wat is het verschil in kosten tussen eerste en tweede woning?

Het verschil tussen een eerste en tweede woning is aanzienlijk: 6 procentpunt. Voor je eerste woning (hoofdverblijf) betaal je 2% overdrachtbelasting, voor een tweede woning 8%.

Bij een woning van €300.000 betekent dit €6.000 voor een eerste woning tegenover €24.000 voor een tweede woning. Het verschil van €18.000 maakt duidelijk dat de overheid eigenaar-bewoners sterk bevoordeelt boven beleggers en tweede-woningbezitters.

Jongeren tussen 18 en 35 jaar kunnen voor hun eerste woning tot €555.000 zelfs helemaal geen overdrachtbelasting betalen, mits ze voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling.

Bronnen

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12