Coalitieakkoord ‘Aan de slag’: alle veranderingen voor je portemonnee in 2027-2030
Ontdek de belangrijkste hervormingen in het nieuwe plan van het kabinet en wat dit voor jou als burger betekent. Lees nu de complete gids!
Samenvatting
- Het coalitieakkoord bevat een 'vrijheidsbijdrage' van 5,1 miljard euro per jaar: geen directe belastingverhoging maar beperkte inflatiecorrectie waardoor je netto minder overhoudt
- Het eigen risico stijgt van 385 naar 460 euro in 2027 en de fiscale aftrek van zorgkosten verdwijnt per 2028
- De maximale WW-duur wordt gehalveerd van 24 naar 12 maanden per 2028 en de AOW-leeftijd stijgt sneller vanaf 2033
- Het CPB berekent een koopkrachtdaling van gemiddeld 0,4% per jaar – lagere inkomens worden het hardst geraakt
- Het kabinet investeert 19,3 miljard euro extra in defensie en 1 miljard per jaar in woningbouw
Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord ‘Aan de slag’. Het kabinet-Jetten, beedigd op 23 februari, is met 66 van de 150 Kamerzetels het eerste minderheidskabinet sinds 1945. Het akkoord van 67 pagina’s bevat ingrijpende keuzes: 19,3 miljard euro extra voor defensie, maar ook bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid van samen meer dan 16 miljard euro.[1]
Dit artikel legt per onderwerp uit wat er verandert, wanneer, en wat het betekent voor je portemonnee. Voor een politieke analyse van de kwetsbaarheden van dit minderheidskabinet, lees ons artikel over de vijf kwetsbaarheden van het kabinet-Jetten.[2]
De ‘vrijheidsbijdrage’: hoe je meer belasting betaalt zonder tariefsverhoging
Het kabinet noemt het de ‘vrijheidsbijdrage’. Het is een indirecte belastingverhoging die werkt via de tabelcorrectiefactor. Normaal worden belastingschijven jaarlijks aangepast aan de inflatie, zodat je niet door inflatie in een hogere schijf belandt. Het kabinet beperkt die correctie: in 2027 wordt de inflatie voor 46,8% gecorrigeerd, in 2028 en daarna voor maar 12%.[3]
Het gevolg: bij gelijkblijvend loon schuift een groter deel van je inkomen naar de hogere belastingschijf. De overheid int zo 1,5 miljard euro in 2027 en structureel 3,4 miljard euro per jaar. Daarbovenop betalen werkgevers een hogere AOF-premie (circa 0,44 procentpunt, zo’n 195 euro per werknemer per jaar), goed voor nog eens 1,5 tot 1,7 miljard euro per jaar.[3]
Zorg: meer betalen, minder aftrekken
De zorgmaatregelen raken vrijwel iedereen die regelmatig medische zorg nodig heeft:[4]
- Eigen risico – stijgt van 385 naar 460 euro in 2027, daarna geindexeerd richting circa 520 euro in 2030. Per 2028 geldt een maximum van 150 euro per behandeling.
- Fiscale aftrek zorgkosten afgeschaft (2028) – de aftrek voor onder meer steunzolen, gehoorapparaten, reiskosten naar de specialist en bepaalde medicijnen verdwijnt. Besparing voor de overheid: 618 miljoen euro per jaar.
- Huishoudelijke hulp wordt inkomensafhankelijk – wie een hoger inkomen heeft betaalt meer eigen bijdrage. Besparing: 435 miljoen euro per jaar.
- Wijkverpleging eigen bijdrage – voor het eerst wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor wijkverpleging.
- Compensatie chronisch zieken – het kabinet reserveert 350 miljoen euro per jaar voor gemeenten om chronisch zieken te compenseren.
De halvering van het eigen risico naar 165 euro die het vorige kabinet-Schoof had gepland, gaat niet door.[4]
Werk en uitkeringen: WW gehalveerd, WIA hervormd
De grootste veranderingen raken werknemers die hun baan verliezen of arbeidsongeschikt worden. De vakbonden FNV en CNV spreken van ‘afbraak van de sociale zekerheid’ en dreigen met acties.[5]
WW: korter, minder opbouw
- Maximale duur – van 24 naar 12 maanden per 2028. De eerste 2 maanden ontvang je 80% van je laatstverdiende loon (was 75%), daarna 70%.
- Opbouw – van 1 maand WW per gewerkt jaar naar 0,5 maand per 2030. Een werknemer met 20 jaar werkervaring bouwt straks 10 maanden WW-recht op in plaats van 20.
- Referte-eis – je moet 42 van de laatste 52 weken gewerkt hebben om recht te hebben op WW (nu: 26 van 36 weken).
- Maximum dagloon – wordt met circa 20% verlaagd per 2029. Dit raakt ook de Ziektewet en verlofregelingen.
WIA en arbeidsongeschiktheid
- IVA afgeschaft – de regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten wordt per 2030 afgeschaft voor nieuwe gevallen. Bestaande IVA-rechten blijven.
- WIA-uitkering – daalt na het eerste jaar.
- Transitievergoeding – afgeschaft voor alle werkgevers.
AOW en pensioen: leeftijd stijgt sneller
De AOW-leeftijd wordt uiterlijk per 2033 1-op-1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. Nu geldt een dempingsmechanisme: per extra levensjaar stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden. Dat dempingsmechanisme verdwijnt. Het CPB raamt de besparing op circa 3 miljard euro per jaar.[6]
Daarnaast wordt het pensioengevend loon bevroren op 137.800 euro van 2027 tot en met 2032. Werknemers met een inkomen daarboven bouwen over het meerdere geen pensioen meer op. De pensioentransitie via de Wet toekomst pensioenen (Wtp) wordt uitgevoerd.[7]
Wonen: 100.000 woningen per jaar
Het kabinet wil 100.000 woningen per jaar bouwen, waarvan twee derde betaalbaar: 30% sociale huur en minimaal 25% betaalbare koop. Vanaf 2029 komt er 1 miljard euro per jaar extra beschikbaar voor woningbouw. Het kabinet wijst minimaal 30 grote bouwlocaties aan.[8]
- Hypotheekrenteaftrek – blijft ongewijzigd. Het kabinet bouwt de aftrek niet verder af.
- Overdrachtsbelasting beleggers – verlaagd van 8% naar 7% per 1 januari 2027, om de huurmarkt te stimuleren.
- Sociale huur – jaarlijkse huurverhoging beperkt tot maximaal de inflatie.
- Woningcorporaties – Vpb-faciliteit van 250 miljoen euro in 2028, oplopend naar 325 miljoen euro structureel, zodat corporaties meer investeringsruimte krijgen.
Defensie: naar 3,5% van het bbp
De defensie-uitgaven stijgen het sterkst. Het kabinet wil in 2030 2,8% van het bbp aan defensie besteden (nu circa 2%) en structureel 3,5% van het bbp. Dat is 19,3 miljard euro extra per jaar. Het personeelsdoel is 122.000 militairen. Als werving onvoldoende oplevert, overweegt het kabinet selectieve herinvoering van de dienstplicht.[9]
De financiering komt grotendeels uit de vrijheidsbijdrage (meer dan 5 miljard euro per jaar) en uit bezuinigingen op andere begrotingsposten. Het CPB waarschuwt dat de staatsschuld hierdoor op lange termijn oploopt naar 137% van het bbp in 2060.[2]
Onderwijs: bezuinigingen teruggedraaid
Het kabinet-Schoof had 1,5 miljard euro bezuinigd op onderwijs en wetenschap. Die bezuinigingen worden volledig teruggedraaid. Daarbovenop investeert het kabinet 1 miljard euro extra in het eerste jaar, oplopend naar 1,5 miljard euro structureel. De basisbeurs wordt verhoogd en de maximale rente op studieleningen wordt begrensd op 2,5%.[10]
Klimaat en energie
Het kabinet handhaaft de doelen van de Klimaatwet: netto 90% minder broeikasgassen in 2040 ten opzichte van 1990. De uitvoering verandert wel: de nationale CO2-heffing wordt afgeschaft. In plaats daarvan zet het kabinet in op wind op zee (40 GW), minimaal 4 nieuwe kerncentrales, en 8 miljard euro per jaar SDE++-subsidie tot en met 2032.[11]
Het stikstoffonds dat het kabinet-Schoof had afgeschaft, komt terug. Er gaat 20 miljard euro naar stikstof, natuur en landbouw. De landbouw moet in 2035 minimaal 42% minder ammoniak uitstoten dan in 2019. Lelystad Airport wordt geopend voor zowel militair als commercieel gebruik.[11]
Koopkracht: wie betaalt de rekening?
Het CPB publiceerde op 20 februari 2026 de doorrekening van het coalitieakkoord. Het beeld is duidelijk: gemiddeld daalt de koopkracht met 0,4% per jaar. Lagere inkomens worden het hardst geraakt: hun koopkrachtgroei verdwijnt volledig. Hoge inkomens (boven 115.000 euro) zien een beperkte koopkrachtstijging van circa 0,3%. Het aantal mensen in armoede stijgt met circa 35.000.[12]
Wat blijft hetzelfde?
Niet alles verandert. Een aantal regelingen dat vaak ter discussie staat, blijft ongewijzigd:[1]
Kanttekeningen: het is nog geen wet
Het kabinet-Jetten heeft met 66 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer beschikt de coalitie over 22 van de 75 zetels. Elke wet moet steun krijgen van oppositiepartijen. Dat maakt de plannen kwetsbaar. Oppositiepartijen PVV, GroenLinks-PvdA, SP en BBB hebben al bezwaren geuit tegen de WW-hervormingen, de verhoging van het eigen risico en de AOW-koppeling.[2]
De implementatie is ook een uitdaging. Het kabinet erkent dat het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel ‘vrijwel onuitvoerbaar’ is. Meerdere hervormingen vereisen grootschalige IT-aanpassingen bij de Belastingdienst en het UWV. De ervaringen met de invoering van het toeslagenstelsel en de Wtp laten zien dat zulke trajecten vaak langer duren dan gepland.[2]
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Hoeveel koopkracht verlies ik door het coalitieakkoord?
Wat is de 'vrijheidsbijdrage'?
Gaat het eigen risico naar 460 euro?
Hoe lang krijg ik straks WW?
Stijgt de AOW-leeftijd?
Verandert de hypotheekrenteaftrek?
Wat verandert er aan box 3?
Zijn alle plannen al definitief?
Bronnen
- 1Coalitieakkoord ‘Aan de slag’ 2026-2030 (PDF)kabinetsformatie2025.nl
- 2
- 3
- 4
- 5
- 6
- 7
- 8
- 9
- 10
- 11
- 12