Analyse coalitieakkoord: vijf kwetsbaarheden van het kabinet-Jetten
Het coalitieakkoord staat, maar experts zien drie kwetsbaarheden. Waar kan het misgaan? Een analyse van de risicos.
Samenvatting
Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord ‘Aan de slag’. Na 33 dagen onderhandelen en de beediging van het kabinet-Jetten op 23 februari 2026 heeft Nederland voor het eerst sinds 1945 een minderheidskabinet. Het akkoord bevat ingrijpende keuzes: forse investeringen in defensie en woningbouw, maar ook bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid. In deze analyse bespreken we de vijf grootste kwetsbaarheden.
Het coalitieakkoord in het kort
Het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ beslaat 67 pagina’s en bevat plannen voor de kabinetsperiode 2026-2030. De grootste investering gaat naar defensie: structureel 19,3 miljard euro extra om de NAVO-norm van 3,5 procent van het bbp te bereiken in 2035. De grootste bezuiniging treft de zorg: 7,9 miljard euro minder collectieve zorguitgaven in 2030. Daarnaast investeert het kabinet 1,6 miljard euro in onderwijs, 1 miljard in woningbouw en 512 miljoen per jaar extra in politie en veiligheid.
De financiering komt grotendeels uit de zogeheten ‘vrijheidsbijdrage’: een beperking van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting die structureel 3,4 miljard euro per jaar oplevert, en een verhoging van de Aof-premie voor werkgevers die circa 1,7 miljard euro opbrengt. Per saldo verbetert het begrotingstekort met 0,2 procentpunt bbp.
Wat zegt het CPB?
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft het coalitieakkoord doorgerekend. De belangrijkste conclusies:
- Het begrotingstekort (EMU-saldo) verbetert licht met 0,2 procentpunt bbp. Het tekort in 2030 bedraagt 2,2 procent bbp, binnen de EU-grens van 3 procent.
- De koopkracht daalt gemiddeld met 0,4 procent per jaar. Lagere inkomens worden harder geraakt dan hogere inkomens, met name door het hogere eigen risico en de lagere zorgtoeslag.
- De werkgelegenheid stijgt licht: de werkloosheid in 2030 ligt 0,2 procentpunt lager dan zonder het akkoord.
- De armoede stijgt van 2,5 naar 2,7 procent van de bevolking in 2030.
- De staatsschuld loopt op de lange termijn op naar 137 procent van het bbp in 2060, tegenover 118 procent zonder de plannen. Dit komt vooral door de extra defensie-uitgaven, het stikstoffonds en de woningbouwplannen.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeert dat de broeikasgasuitstoot daalt, maar dat aanvullend beleid nodig is om de klimaatdoelen voor 2050 te halen. De stikstofuitstoot daalt volgens het PBL onvoldoende om de eigen doelen te bereiken.
1. Financiele houdbaarheid op lange termijn
Het begrotingstekort van 2,2 procent bbp in 2030 blijft binnen de EU-grens van 3 procent. De 18e Studiegroep Begrotingsruimte adviseerde 7 miljard euro te besparen voor gezonde overheidsfinancien. De coalitie neemt dat advies als uitgangspunt voor het begrotingsbeleid, maar verbetert het saldo per saldo met slechts 0,2 procentpunt.
Het grootste financiele risico zit in de lange termijn. De staatsschuld loopt volgens het CPB op naar 137 procent van het bbp in 2060. Dat is ruim boven de EU-referentiewaarde van 60 procent en ook hoger dan het basispad van 118 procent zonder de plannen. De stijging komt vooral door de structureel hogere defensie-uitgaven (19,3 miljard euro), het stikstoffonds (20 miljard euro) en de woningbouwplannen.
Bij een stijgende rente worden deze schulden steeds duurder. Het CPB waarschuwt dat de productiviteitsgroei achterblijft bij wat wenselijk is. Het tijdschrift Economisch Statistische Berichten (ESB) concludeert dat het akkoord ‘ambitie toont, maar niet op productiviteit’.
2. Parlementaire kwetsbaarheid: geen meerderheid
Het kabinet-Jetten is het eerste minderheidskabinet sinds 1945. Met 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer heeft de coalitie voor elke wet steun van de oppositie nodig.
De zetelverdeling in de Eerste Kamer maakt het nog lastiger. De coalitie heeft daar slechts 22 van de 75 zetels. Dat betekent dat vrijwel elke wet die de Tweede Kamer haalt, ook in de Eerste Kamer op zoek moet naar steun – een extra hobbel die eerdere kabinetten met een meerderheid niet hadden.
3. Uitvoerbaarheid van de hervormingen
Het coalitieakkoord bevat meerdere maatregelen die vereisen dat overheidsorganisaties hun IT-systemen ingrijpend aanpassen. De overheid heeft een track record van vertraagde en mislukte IT-projecten.
Belastingdienst
De ‘vrijheidsbijdrage’ via de tabelcorrectiefactor is technisch ingewikkeld om te verwerken. Het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, gepland per 2028, vraagt om fundamentele systeemwijzigingen. Het coalitieakkoord erkent dit en stelt een hervormingsagenda voor met mijlpalen, uiterlijk eind 2026. Daarnaast moet een jaarlijkse Vereenvoudigingswet wet- en regelgeving versimpelen.
UWV en sociale zekerheid
Het kabinet stelt in het coalitieakkoord dat het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel (WIA) ‘vrijwel onuitvoerbaar’ is en ’tot stilstand is gekomen’. Kwetsbare mensen kunnen niet tijdig en adequaat geholpen worden. De verkorting van de WW van twee naar een jaar en de hervorming van de WIA vragen grote systeemaanpassingen bij het UWV. De verhoging van de AOW-leeftijd per 2033 vraagt aanpassingen bij de SVB.
Overige uitvoeringsrisico’s
Het SCP waarschuwt dat het kabinet ‘veel van burgers en wijken verwacht, maar er relatief weinig in investeert’. Het risico bestaat dat vereenvoudiging van systemen ertoe leidt dat hulp minder gericht terechtkomt bij wie het hardst nodig heeft.
4. Europese beperkingen
Meerdere voorstellen uit het coalitieakkoord botsen mogelijk met Europese regelgeving of vergen langdurige onderhandelingen in Brussel.
Het plan om asielaanvragen buiten Europa te laten verwerken is juridisch onzeker. Het EU-asiel- en migratiepact treedt op 12 juni 2026 in werking en beperkt de ruimte voor eigen beleid. De afschaffing van de nationale CO2-heffing voor de industrie kan botsen met het Europese klimaatkader (Fit for 55). Energiesubsidies voor de industrie moeten worden getoetst aan EU-staatssteunregels.
5. Maatschappelijk draagvlak
Het coalitieakkoord heeft forse kritiek gekregen van vakbonden, patientenorganisaties en oppositiepartijen. Het ontbreken van een parlementaire meerderheid maakt het kabinet extra gevoelig voor maatschappelijke druk.
Vakbonden
De vakbonden FNV, CNV en VCP reageerden gezamenlijk. FNV-voorzitter Dick Koerselman noemde de bezuinigingen op WW, WIA, AOW en zorg ‘onacceptabel, onnodig en oneerlijk’. CNV-voorzitter Piet Fortuin sprak van de ‘hardste aanval op werknemersrechten in twintig jaar’. De drie bonden sluiten overleg met het kabinet uit zolang de AOW-plannen niet van tafel zijn en dreigen ‘het land plat te leggen’.
Zorg en maatschappelijke organisaties
De Patientenfederatie uit grote zorgen over de verhoging van het eigen risico van 385 naar 460 euro en vreest zorgmijding bij lage inkomens. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) noemt zich ‘geschokt’ over de bezuiniging van 267 miljoen euro op gehandicaptenzorg in 2030, bovenop eerdere bezuinigingen waardoor het totaal boven de 500 miljoen euro uitkomt. MIND (geestelijke gezondheidszorg) is ‘diep bezorgd’ na de CPB-doorrekening.
Oppositie
PVV-leider Wilders sprak van het ‘slechtste akkoord ooit’ en voert ‘keiharde oppositie’. GroenLinks-PvdA kiest voor ‘verantwoordelijke oppositie’ maar stelt dat ‘gewone mensen honderden euro’s meer betalen, terwijl de allerrijksten niets extra wordt gevraagd’. BBB vindt het akkoord ‘vol tekentafelplannen’ en is bezorgd over jonge boeren.
De ChristenUnie is constructief maar stelt voorwaarden: ‘Kosten mogen nooit op daklozen, langdurig zieken of vroege werkers vallen.’ SP-leider Dijk noemde het akkoord ‘een aanval op onze beschaving’. De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland reageerden positiever en spraken van ‘uitstekende keuzes voor veiligheid, onafhankelijkheid en welvaart’.
Vergelijking met vorige kabinetten
Conclusie
Het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ is ambitieus in omvang en keuzes. De financiele dekking is op korte termijn houdbaar, maar de oplopende staatsschuld naar 137 procent van het bbp in 2060 vormt een structureel risico. De dalende koopkracht (-0,4 procent per jaar) en stijgende armoede (van 2,5 naar 2,7 procent) raken lagere inkomens het hardst.
De parlementaire kwetsbaarheid is de meest directe bedreiging. Zonder meerderheid in beide Kamers is het kabinet afhankelijk van wisselende coalities per onderwerp. Het maatschappelijk verzet van vakbonden en zorgorganisaties vergroot de politieke druk. De uitvoerbaarheid van de hervormingen hangt af van de modernisering van IT bij de Belastingdienst en het UWV – een traject dat jarenlang kan duren.
De komende maanden worden bepalend. Of het kabinet-Jetten zijn plannen kan waarmaken, hangt af van de bereidheid van de oppositie om mee te werken – en van de vraag of de uitvoeringspraktijk de ambities kan bijhouden.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Hoeveel zetels heeft het kabinet-Jetten?
Hoeveel daalt de koopkracht?
Wat is de vrijheidsbijdrage?
Waarom loopt de staatsschuld zo hard op?
Welke oppositiepartijen steunen het kabinet?
Wat verandert er in de zorg?
Gaat de AOW-leeftijd omhoog?
Hoe reageert de oppositie?
Bronnen
- Coalitieakkoord ‘Aan de slag’ 2026-2030
- Budgettaire tabel en bijlage
- CPB – Analyse coalitieakkoord 2026-2030
- PBL – Effecten coalitieakkoord
- SCP – Sociaal-maatschappelijke reflectie
- NOS – Coalitieakkoord: 19 miljard defensie, bezuinigingen zorg
- NOS – Oppositie ziet kansen na doorrekening
- ESB – Doorrekening toont ambitie maar niet op productiviteit
- VNO-NCW – Reactie coalitieakkoord
- FNV – Reactie coalitieakkoord
- CNV – Reactie coalitieakkoord
- Rabobank – Analyse coalitieakkoord
- 18e Studiegroep Begrotingsruimte
- Parlement.com – Kabinet-Jetten
Bronnen
- 1Coalitieakkoord ‘Aan de slag’ 2026-2030kabinetsformatie2025.nl
- 2Budgettaire tabel en bijlagekabinetsformatie2025.nl
- 3
- 4
- 5
- 6
- 7
- 8
- 9VNO-NCW – Reactie coalitieakkoordvno-ncw.nl
- 10
- 11
- 12Rabobank – Analyse coalitieakkoordrabobank.nl
- 1318e Studiegroep Begrotingsruimterijksfinancien.nl
- 14Parlement.com – Kabinet-Jettenparlement.com