Samenvatting

  • Het CPB voorspelt voor 2026 een economische groei van 1,4%, gevolgd door 1,1% in 2027 – ver onder het historische gemiddelde van 2,5%
  • De koopkracht stijgt naar verwachting met 1,4% in 2026, maar stagneert in 2027 door belastingverzwaringen uit het coalitieakkoord
  • Structurele oorzaken van de stagnatie zijn lage productiviteitsgroei, demografische uitdagingen en beperkte investeringsruimte
  • Overheidsfinanciën verslechteren door stijgende uitgaven terwijl de economische groei achterblijft
  • Experts waarschuwen dat Nederland zonder hervormingen in een periode van 'seculaire stagnatie' terechtkomt

Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt in het Centraal Economisch Plan 2026 een economische groei van 1,4% voor dit jaar, gevolgd door 1,1% in 2027. Deze cijfers liggen ver onder het historische Nederlandse groeigemiddelde van rond 2,5% en tonen een zorgwekkend patroon van structurele economische zwakte. Tegelijkertijd stijgt de koopkracht naar verwachting met 1,4% in 2026, maar stagneert deze in 2027 door belastingverzwaringen uit het coalitieakkoord.

De combinatie van lage economische groei en koopkrachtwinst illustreert een paradox in de Nederlandse economie. Terwijl burgers er op korte termijn financieel op vooruitgaan, blijft de onderliggende economische motor haperen door structurele problemen zoals dalende productiviteit, demografische druk en beperkte investeringsruimte.

Actueel
Gecontroleerd:

Centraal Economisch Plan 2026: de cijfers achter de stagnatie

Het Centraal Planbureau (CPB) publiceerde op 12 maart het Centraal Economisch Plan 2026 met een sobere boodschap voor de Nederlandse economie. De groeiprognose van 1,4% voor 2026 bevestigt een patroon van structurele zwakte dat zich al sinds 2024 aftekent. Experts beschouwen deze cijfers als zorgwekkend, vooral omdat ze ver onder het historische groeigemiddelde van ongeveer 2,5% blijven.

Bron: CPB Centraal Economisch Plan 2026, maart 2026
1,4%
Economische groei 2026
1,1%
Verwachte groei 2027
2,5%
Historisch groeigemiddelde
1,1%
Groei 2024
Bron: CPB Centraal Economisch Plan 2026, maart 2026

Groeiprognose 1,4% in 2026 en 1,1% in 2027

De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 1,4% in 2026, gevolgd door een verdere afzwakking naar 1,1% in 2027. Deze prognose ligt in lijn met eerdere groeivoorspellingen voor 2026 van andere financiële instellingen, die eveneens een groei rond de 1,3% tot 1,4% voorzagen.

De groei komt hoofdzakelijk door stijgende uitgaven van huishoudens en toenemende overheidsbestedingen. Toch blijft de economische dynamiek beperkt door structurele uitdagingen zoals vergrijzing, arbeidsmarktkrapte en geopolitieke onzekerheid.

Let op
De groeiprognose van 1,1% voor 2027 ligt dicht bij de ondergrens van wat economen als gezonde groei beschouwen. Dit kan gevolgen hebben voor werkgelegenheid en overheidsfinanciën.

Vergelijking met eerdere CPB-ramingen

De huidige prognoses tonen een consistent beeld van lage groei vergeleken met eerdere CPB-publicaties. In 2024 groeide de economie met 1,1%, wat betekent dat Nederland al drie jaar op rij onder de 2%-grens blijft. Dit contrasteert scherp met de Macro Economische Verkenning (MEV) van vorig jaar, waarin nog werd gehoopt op een herstel naar hogere groeiniveaus.

Het CPB benadrukt dat de onzekerheid rond deze cijfers groot is. Geopolitieke spanningen, het conflict in het Midden-Oosten en mogelijke handelsverstoringen kunnen de prognoses in beide richtingen beïnvloeden.

Informatie
Ter vergelijking: tussen 2000 en 2019 groeide de Nederlandse economie gemiddeld met 2,1% per jaar. De huidige prognoses liggen structureel onder dit niveau.

De doorsnee koopkracht stijgt in 2026 met ongeveer 1,4%, maar stagneert in 2027 door lastenverzwaringen uit het coalitieakkoord. Deze paradox – koopkrachtwinst bij lage economische groei – illustreert de uitdagingen van de huidige economische situatie.

Structurele oorzaken van de Nederlandse economische stagnatie

De lage groeiprognoses van het CPB zijn geen toevalstreffer, maar het gevolg van diepliggende structurele problemen die de Nederlandse economie al jaren plagen. Waar andere Europese landen na de coronacrisis sneller herstelden, worstelt Nederland met hardnekkige knelpunten die de economische dynamiek remmen.

Hoofdoorzaken van de beperkte economische groei volgens CPB-analyse
30%
25%
20%
15%
10%
Demografische uitdagingen (vergrijzing)30%
Lage productiviteitsgroei25%
Arbeidsmarktkrapte20%
Geopolitieke onzekerheid15%
Beperkte investeringsruimte10%
Hoofdoorzaken van de beperkte economische groei volgens CPB-analyse

Demografische uitdagingen en arbeidsmarkt

De vergrijzing van de Nederlandse bevolking zet de economische groei steeds meer onder druk. Het aantal mensen tussen de 20 en 67 jaar – de potentiële beroepsbevolking – krimpt naar verwachting de komende jaren, terwijl het aantal gepensioneerden juist toeneemt. Deze demografische verschuiving betekent dat er minder werkenden zijn om de economische groei te dragen.

Het tekort aan arbeidskrachten is inmiddels voelbaar in vrijwel alle sectoren. Van de zorg tot de techniek, van het onderwijs tot de bouw – overal kampen werkgevers met vacatures die moeilijk te vervullen zijn. Dit personeelstekort beperkt niet alleen de productiecapaciteit, maar drijft ook de loonkosten op zonder dat dit gepaard gaat met hogere productiviteit.

Let op
De arbeidsparticipatie van 55-plussers is weliswaar gestegen, maar kan de demografische krimp niet volledig compenseren. Migratie blijft daarom belangrijk voor het op peil houden van de beroepsbevolking.

Productiviteitsgroei onder druk

Nederland kampt al jaren met een lage productiviteitsgroei, ondanks alle investeringen in digitalisering en automatisering. Waar de productiviteit in de jaren negentig nog jaarlijks met 2 tot 3 procent steeg, ligt deze groei nu rond de 1 procent. Deze stagnatie verklaart waarom de economische groei achterblijft bij historische normen.

De oorzaken zijn veelzijdig. Nederlandse bedrijven investeren relatief weinig in onderzoek en ontwikkeling vergeleken met concurrenten in Duitsland of Scandinavië. Bovendien zorgen regeldruk en bureaucratie ervoor dat bedrijven met nieuwe ideeën moeite hebben om snel te schalen. De geplande economische hervormingen van het kabinet moeten deze knelpunten aanpakken, maar de effecten daarvan zijn pas op langere termijn zichtbaar.

Een ander probleem is de zogenoemde ‘zombie-economie’: bedrijven die overleven dankzij lage rentes en overheidssteun, maar weinig bijdragen aan productiviteitsgroei. Deze bedrijven houden kapitaal en talent vast dat elders productiever zou kunnen worden ingezet.

Investeringsklimaat en onzekerheid

Geopolitieke spanningen werpen een donkere schaduw over het Nederlandse investeringsklimaat. Het conflict in het Midden-Oosten, de oorlog in Oekraïne en toenemende handelsconflicten tussen grote economische blokken maken bedrijven voorzichtiger met investeringsbeslissingen. Deze onzekerheid remt niet alleen de groei op korte termijn, maar ondermijnt ook de structurele vernieuwing van de economie.

Informatie
Het CPB wijst erop dat geopolitieke onzekerheid een van de belangrijkste risicofactoren is voor de economische groei in 2026 en 2027.

Daarnaast kampt Nederland met structurele knelpunten in de woningmarkt die de economische dynamiek belemmeren. Woningtekort en hoge huizenprijzen maken het voor werknemers moeilijk om te verhuizen voor een nieuwe baan, wat de arbeidsmarkt minder flexibel maakt. Tegelijkertijd bindt de woningbouw veel kapitaal vast zonder dat dit bijdraagt aan productiviteitsgroei.

Ook de infrastructuur vertoont tekenen van veroudering. Files, overvolle treinen en trage internetverbindingen in sommige gebieden kosten bedrijven tijd en geld. Hoewel er investeringsplannen zijn, duurt het jaren voordat deze projecten effect hebben op de economische prestaties.

De combinatie van deze structurele problemen verklaart waarom Nederland ondanks een relatief sterke uitgangspositie moeite heeft om de economische groei op gang te krijgen. Zonder ingrijpende hervormingen blijft de Nederlandse economie kwetsbaar voor externe schokken en structureel zwakker dan historisch gebruikelijk.

Paradox koopkrachtwinst versus economische groei

De Nederlandse economie vertoont in 2026 een opmerkelijke paradox: terwijl de koopkracht van huishoudens stijgt met 1,4%, blijft de economische groei steken op hetzelfde percentage. Dit suggereert dat meer geld in de portemonnee niet automatisch leidt tot meer economische dynamiek. Het CPB wijst op structurele factoren die deze schijnbare tegenstelling verklaren.

De paradox: stijgende koopkracht bij stagerende economische groei
Huidige situatie
Na hervormingen
2026
Koopkracht stijgt 1,4%
2026
Economie groeit 1,4%
2027
Koopkracht blijft gelijk
2027
Economie groeit 1,1%
Oorzaak
Minimumuurloon €14,71
Oorzaak
Lage productiviteitsgroei
Mechanisme
Loongroei + beperkte inflatie
Mechanisme
Structurele zwakte economie
De paradox: stijgende koopkracht bij stagerende economische groei

Koopkrachtstijging 1,4% in 2026

Het CPB raamt dat de doorsnee koopkracht in 2026 stijgt met 1,4%. Deze verbetering komt vooral door loongroei en beperkte inflatie, die geleidelijk richting de 2%-norm beweegt. Voor verschillende huishoudens varieert de koopkrachtontwikkeling echter aanzienlijk – concrete koopkrachtveranderingen per groep laten zien dat vooral werkende huishoudens profiteren.

Informatie
De koopkrachtstijging van 1,4% in 2026 is tijdelijk. In 2027 blijft de koopkracht naar verwachting gelijk door lastenverzwaringen uit het coalitieakkoord.

De verbetering in 2026 wordt gedreven door loongroei in verschillende sectoren en het stabiliseren van de inflatie. Het minimumuurloon voor volwassenen bedraagt inmiddels €14,71, wat vooral lagere inkomens ten goede komt. Tegelijkelijk zorgen automatische indexaties van uitkeringen ervoor dat ook niet-werkenden profiteren van de economische ontwikkelingen.

Waarom meer koopkracht niet tot meer groei leidt

Ondanks de koopkrachtstijging blijft de economische groei beperkt tot 1,4%. Dit wijst op structurele problemen die voorkomen dat extra bestedingsruimte zich vertaalt in substantiële groei. Consumenten gedragen zich voorzichtiger dan in het verleden, mede door onzekerheid over de toekomst.

Let op
Experts verwachten dat de koopkrachtwinst van 2026 niet duurzaam is. De lastenverzwaringen uit het Belastingplan 2026 drukken de koopkracht in 2027 weer naar beneden.

De beperkte doorwerking van koopkracht naar groei heeft meerdere oorzaken. Huishoudens sparen een groter deel van hun extra inkomen dan voorheen, deels uit voorzichtigheid en deels door gebrek aan vertrouwen in de economische vooruitzichten. Bovendien leiden demografische veranderingen ertoe dat een groeiend deel van de bevolking minder consumeert.

Het consumptiepatroon verandert ook structureel. Huishoudens geven relatief meer uit aan diensten en minder aan goederen, wat een andere impact heeft op de economische groei. Tegelijkertijd zorgen hogere woonlasten en energiekosten ervoor dat minder geld beschikbaar blijft voor andere uitgaven.

Tip
De paradox tussen koopkracht en groei illustreert waarom economisch beleid niet alleen moet focussen op inkomens, maar ook op structurele hervormingen die de productiviteit verhogen.

Deze ontwikkeling toont aan dat Nederland meer nodig heeft dan alleen koopkrachtverbetering om uit de economische stagnatie te komen. Zonder structurele hervormingen die de productiviteit en het investeringsklimaat verbeteren, blijft de groei beperkt – ook bij stijgende koopkracht.

Overheidsfinanciën onder druk: uitgaven versus groei

De Nederlandse overheidsfinanciën staan onder toenemende druk door stijgende uitgaven die weliswaar de economische groei ondersteunen, maar tegelijkertijd het begrotingssaldo verslechteren. Het CPB waarschuwt dat deze ontwikkeling spanningen oploopt met Europese begrotingsregels, terwijl Nederland tegelijkertijd moet investeren in prioriteiten zoals defensie en klimaat.

Verslechtering overheidsfinanciën door stijgende uitgaven
2024
Economische groei 1,1%
Herstel na recessie, beperkte overheidsuitgaven
2026
Overheidsbestedingen stijgen
Extra uitgaven infrastructuur, onderwijs, sociale voorzieningen ondersteunen 1,4% groei
2027
Begrotingstekort loopt op
Stijgende uitgaven versus beperkte groei verslechteren begrotingssaldo
Toekomst
Europese begrotingsregels
Druk op 3%-norm door structurele uitgavenstijging
Verslechtering overheidsfinanciën door stijgende uitgaven

De overheidsbestedingen dragen naar verwachting bij aan de 1,4% groei in 2026, maar creëren structurele uitdagingen voor de langetermijnhoudbaarheid van de Nederlandse begroting. Experts wijzen erop dat deze balanceeract tussen groei-ondersteuning en fiscale discipline steeds moeilijker wordt.

Stijgende overheidsbestedingen

De overheid verhoogt haar uitgaven aanzienlijk, wat direct bijdraagt aan de economische groei van 2026. Deze extra bestedingen vloeien vooral naar infrastructuur, onderwijs en sociale voorzieningen. Het CPB berekent dat zonder deze overheidsimpuls de groei nog lager zou uitvallen dan de voorspelde 1,4%.

Informatie
De overheidsbestedingen fungeren als belangrijke buffer tegen economische stagnatie, maar verslechteren wel het begrotingssaldo structureel.

Tegelijkertijd ontstaat hierdoor een paradox: de uitgaven die nodig zijn om de groei op peil te houden, ondermijnen de financiële ruimte voor toekomstige investeringen. Het begrotingstekort loopt naar verwachting op, wat druk zet op de Europese begrotingsregels en de 3%-norm.

De stijgende uitgaven concentreren zich vooral op sectoren waar de overheid een grote rol speelt. Denk aan zorg, onderwijs en openbaar vervoer. Deze sectoren kennen vaak lagere productiviteitsgroei, wat verklaart waarom meer overheidsbestedingen niet automatisch tot hogere economische groei leiden.

Defensie-uitgaven en andere prioriteiten

Nederland verhoogt de defensie-uitgaven conform NAVO-afspraken naar 2% van het bruto binnenlands product. Deze verhoging draagt bij aan de economische activiteit, maar legt tegelijkertijd beslag op schaarse begrotingsruimte. Het CPB schat dat de extra defensie-uitgaven enkele tienden van een procent bijdragen aan de groei.

Let op
De spanning tussen groei-ondersteuning en Europese begrotingsregels wordt steeds groter, vooral door verplichte uitgaven aan defensie en klimaat.

Naast defensie stijgen ook de uitgaven aan klimaatmaatregelen en energietransitie. Deze investeringen zijn noodzakelijk voor de lange termijn, maar drukken op korte termijn zwaar op de begroting. Het kabinet moet kiezen tussen het ondersteunen van de economische groei en het respecteren van Europese begrotingsnormen.

De structurele uitdagingen worden versterkt door demografische ontwikkelingen. Een vergrijzende bevolking betekent hogere zorgkosten en pensioenuitgaven, terwijl het aantal werkenden relatief afneemt. Dit creëert een structureel probleem dat verder reikt dan de huidige economische stagnatie.

Tip
Economen adviseren om de focus te verleggen van uitgavenverhoging naar productiviteitsverbetering, om zowel groei als begrotingsdiscipline te realiseren.

Gevolgen van 1,4% groei voor Nederlandse welvaart en toekomst

De voorspelde economische groei van 1,4% in 2026 heeft verstrekkende gevolgen voor de Nederlandse welvaart op lange termijn. Hoewel de koopkracht dit jaar nog stijgt, betekent de structureel lage groei dat Nederland achterblijft bij andere ontwikkelde economieën en minder ruimte heeft voor investeringen in de toekomst.

Verwachte effecten van lage economische groei op welvaart en toekomst
Minimumuurloon €14,71
Positief
Koopkracht 2026 (+1,4%)
Licht positief
Welvaart per hoofd bevolking
Beperkte groei
Investeringsruimte woningbouw
Onder druk
Financierbaarheid pensioenen
Bedreigd
Verwachte effecten van lage economische groei op welvaart en toekomst

Impact op welvaartsontwikkeling

Een groei van 1,4% betekent dat de welvaart per hoofd van de bevolking slechts beperkt toeneemt. Economen hanteren doorgaans een groei van 2,5% als gezond voor een ontwikkelde economie zoals Nederland. De huidige prognose ligt daar ruim onder, wat betekent dat de Nederlandse samenleving minder snel welvarender wordt dan in het verleden.

Het minimumuurloon van €14,71 weerspiegelt deze beperkte groeiruimte. Loonsverhogingen blijven bescheiden omdat bedrijven weinig productiviteitswinst boeken. Dit raakt vooral werknemers met lagere inkomens, die afhankelijk zijn van economische groei voor structurele verbetering van hun positie.

Let op
Structurele lage groei bedreigt de financierbaarheid van pensioenen en sociale zekerheid. Minder economische groei betekent minder belastinginkomsten, terwijl de kosten van de vergrijzing blijven stijgen.

De beperkte groei heeft ook gevolgen voor structurele problemen zoals de woningcrisis. Zonder stabiele economische groei blijft er minder ruimte voor grootschalige investeringen in woningbouw en infrastructuur die nodig zijn om deze uitdagingen aan te pakken.

Internationale concurrentiepositie

Nederland raakt achterop in vergelijking met andere Europese economieën. Waar landen zoals Ierland en Polen nog steeds groeicijfers van 3% of hoger realiseren, stagneert de Nederlandse economie. Dit heeft gevolgen voor de aantrekkingskracht van Nederland als vestigingsland voor internationale bedrijven.

De relatief lage groei ondermijnt ook Nederland’s positie als kenniseconomie. Minder economische dynamiek betekent minder investeringen in onderzoek en ontwikkeling, wat de innovatiekracht op lange termijn aantast. Experts verwachten dat dit Nederland’s concurrentievoordeel in sectoren zoals technologie en logistiek kan verzwakken.

Informatie
De groeiprognose van 1,1% voor 2027 suggereert dat de economische stagnatie niet tijdelijk is, maar een structureel patroon wordt dat Nederland’s welvaartsontwikkeling jarenlang kan beperken.

Bronnen

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
    Miljoenennota 2025rijksoverheid.nl
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11