Samenvatting

  • De mediane koopkracht stijgt in 2026 met 1,3% volgens het CPB – Nibud berekent een realistischer +0,9%, ofwel circa €40 per maand extra
  • Het minimumloon stijgt naar €14,71 per uur (+2,15%), waarmee ook deeltijdwerkers er netto op vooruit gaan
  • De huurtoeslag wordt hervormd: geen maximale huurgrens meer, leeftijdsgrens verlaagd naar 21 jaar
  • Gepensioneerden profiteren het meest (+1,5%) dankzij hogere AOW en pensioenindexatie boven de inflatie
  • ZZP'ers zijn de verliezers: de zelfstandigenaftrek daalt verder naar €1.200 en de koopkracht varieert van -1,0% tot +2,0%

Elk jaar op Prinsjesdag presenteert het kabinet de koopkrachtplaatjes: overzichten die laten zien hoeveel er in je portemonnee overblijft na alle belastingwijzigingen, premieverhogingen en toeslagaanpassingen. Voor 2026 zijn de cijfers bijzonder, want ze zijn vastgesteld onder het demissionaire kabinet-Schoof en worden nu uitgevoerd door het net aangetreden kabinet-Jetten.

In dit artikel leggen we uit wat er precies verandert, hoeveel er per groep bijkomt of afgaat, en welke maatregelen het verschil maken. Alle bedragen zijn gebaseerd op de Macro Economische Verkenning (MEV) 2026 van het CPB en de berekeningen van het Nibud.

Actueel
Gecontroleerd:
Koopkracht 2026 in cijfers
+1,3%
Mediane koopkracht (CPB)
up
+0,9%
Werkelijke koopkracht (Nibud)
up
2,4%
Inflatie (CBS, jan 2026)
€14,71
Minimumloon per uur
up
€385
Eigen risico (ongewijzigd)
35,75%
Belastingtarief schijf 1
down
Bronnen: CPB MEV 2026, CBS, Rijksoverheid

De politieke context: van Schoof naar Jetten

De koopkrachtcijfers voor 2026 zijn het product van een turbulent politiek jaar. Het kabinet-Schoof (PVV, VVD, NSC, BBB) presenteerde op Prinsjesdag 2025 het Belastingplan 2026, maar viel al op 3 juni 2025 na onenigheid over het asielbeleid. Het kabinet bleef demissionair aan tot de verkiezingen van 29 oktober 2025.

Bij die verkiezingen werd D66 met 26 zetels de grootste partij, gevolgd door de PVV (eveneens 26 zetels) en de VVD (22 zetels). NSC verloor al haar zetels. Op 23 februari 2026 werd het minderheidskabinet-Jetten (D66, VVD, CDA) beëdigd met 66 van de 150 Kamerzetels.

Het Belastingplan 2026 was al aangenomen onder het demissionaire kabinet en wordt grotendeels ongewijzigd uitgevoerd. Het kabinet-Jetten heeft in het coalitieakkoord “Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland” echter extra accenten gelegd op defensie-uitgaven en onderwijs, met bezuinigingen op zorg en uitkeringen.

Politieke tijdlijn koopkracht 2026
3 juni 2025
Kabinet-Schoof valt
Na 337 dagen valt het kabinet over het asielbeleid. PVV stapt uit de coalitie. Het kabinet regeert demissionair verder.
September 2025
Prinsjesdag: Belastingplan 2026
Het demissionaire kabinet-Schoof presenteert het Belastingplan 2026 met koopkrachtplaatjes. CPB raamt mediane koopkrachtstijging op +1,3%.
29 oktober 2025
Tweede Kamerverkiezingen
D66 en PVV worden met elk 26 zetels de grootste. NSC verdwijnt volledig uit de Kamer.
30 januari 2026
Coalitieakkoord D66-VVD-CDA
Het akkoord ‘Aan de slag’ wordt gepresenteerd met focus op defensie, onderwijs en bezuinigingen.
23 februari 2026
Kabinet-Jetten beëdigd
Rob Jetten wordt minister-president van een minderheidskabinet met 66 Kamerzetels.

Minimumloon en arbeidskorting

Minimumloon: €14,71 per uur

Per 1 januari 2026 bedraagt het wettelijk minimumloon €14,71 per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder. Dat is een stijging van 2,15% ten opzichte van december 2025 (€14,40). Bij een werkweek van 36 uur komt het referentiemaandloon uit op €2.294,40 bruto.

Let op: sinds 2024 bestaat er geen vast maand- of weekloon meer. Het minimumloon wordt berekend op basis van het daadwerkelijke aantal gewerkte uren. Na aanpassing van het belastingplan houden ook deeltijdwerkers op minimumloonniveau er netto iets meer aan over: bij een 36-urige werkweek stijgt het nettoloon met circa €12,75 per maand.

Arbeidskorting: maximum €5.685

De maximale arbeidskorting stijgt naar €5.685 in 2026. Belangrijk: de inkomensgrenzen zijn aangepast. De eerste knik ligt nu bij €11.965 (was €12.739) en de tweede bij €25.845 (was €27.519). Dit is gunstig voor deeltijdwerkers met een inkomen onder het minimumloon.

Boven een inkomen van €45.592 wordt de arbeidskorting afgebouwd met 6,51% per extra verdiende euro. Wie meer dan €132.920 verdient, heeft geen recht meer op arbeidskorting.

Belastingen 2026: tarieven en schijven

De inkomstenbelasting kent in 2026 drie schijven. Het tarief in de eerste schijf daalt licht naar 35,75% (-0,07%), terwijl de tweede schijf juist iets stijgt naar 37,56% (+0,08%). Het toptarief van 49,50% blijft ongewijzigd.

Belastingschijven 2025 vs. 2026
2025
2026
Schijf 1
t/m €38.441: 35,82%
Schijf 1
t/m €38.883: 35,75%
Schijf 2
€38.442 – €76.817: 37,48%
Schijf 2
€38.884 – €78.426: 37,56%
Schijf 3
Vanaf €76.818: 49,50%
Schijf 3
Vanaf €78.427: 49,50%
Arbeidskorting max
€5.599
Arbeidskorting max
€5.685
Bron: Ondernemersplein, Belastingdienst

Voor AOW-gerechtigden (geboren in 1946 of later) geldt in de eerste schijf een lager tarief van 17,85%, omdat zij geen AOW-premie betalen.

Zorgkosten: premie en eigen risico

Het verplichte eigen risico blijft in 2026 bevroren op €385 per jaar. Het bedrag is daarmee het derde opeenvolgende jaar ongewijzigd. Wie wil, kan het eigen risico vrijwillig verhogen tot maximaal €885 voor korting op de premie.

De zorgpremie voor de basisverzekering ligt in 2026 tussen €142 en €185 per maand, afhankelijk van de verzekeraar. De stijging valt mee dankzij een overschot in het Zorgverzekeringsfonds. Nieuw in het basispakket: het stoppen-met-rokenprogramma mag nu drie keer per jaar worden gevolgd (was één keer), en voor meekijkconsulten geldt geen eigen risico.

Toeslagen: huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en zorgtoeslag

Huurtoeslag: grote hervorming

De huurtoeslag ondergaat in 2026 de grootste hervorming in jaren. De maximale huurgrens verdwijnt: ook huurders boven €932,93 per maand kunnen nu huurtoeslag ontvangen als hun inkomen daarvoor in aanmerking komt. Servicekosten tellen niet meer mee – alleen de kale huur is bepalend.

Daarnaast is de leeftijdsgrens voor jongeren verlaagd van 23 naar 21 jaar. Jongeren van 21 en 22 jaar ontvangen daardoor meer toeslag. De berekening is vereenvoudigd met een lineaire afbouw, zodat het duidelijker is hoe inkomen de toeslag beïnvloedt.

Kinderopvangtoeslag: hogere vergoeding

De overheid investeert €199 miljoen in hogere kinderopvangtoeslag. De maximale uurtarieven stijgen met 4,84%: dagopvang naar €11,23 per uur, buitenschoolse opvang naar €9,98 en gastouderopvang naar €8,49. Gezinnen met een inkomen tot €56.412 krijgen 96% vergoed (was tot €47.000 in 2025). Daarboven geldt een glijdende schaal.

Energiekosten: lagere stroombelasting, hogere gasbelasting

De overheid verschuift de energiebelasting: elektriciteit wordt goedkoper (€0,1108/kWh, een daling van 1,2 cent), terwijl gas duurder wordt (€0,7268/m³, een stijging van 2,71 cent). Dit past in het beleid om elektriciteitsgebruik te stimuleren ten koste van gas.

De vermindering energiebelasting (een vaste korting op de energierekening) daalt licht naar €628,96 per jaar. De netbeheerkosten stijgen met 3,38%, wat neerkomt op circa €25 extra per jaar inclusief btw. De energietoeslag van €1.300 die in 2022 en 2023 als crisismaategel bestond, is niet verlengd. Huishoudens met betalingsproblemen kunnen terecht bij de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE).

Pensioen en AOW

De AOW-leeftijd blijft in 2026 op 67 jaar. De bruto AOW-uitkering voor alleenstaanden bedraagt €1.637,57 per maand (netto €1.558,15), voor gehuwden of samenwonenden €1.122,12 per persoon (netto €1.067,70). In mei wordt vakantiegeld uitbetaald: €106,55 bruto per maand voor alleenstaanden.

Gepensioneerden profiteren in 2026 van pensioenindexatie die hoger uitvalt dan de inflatie. In combinatie met de hogere AOW leidt dit tot een mediane koopkrachtstijging van 1,5% – de hoogste van alle inkomensgroepen.

Koopkracht per groep: winnaars en verliezers

De koopkrachtontwikkeling verschilt sterk per huishoudtype. Terwijl de overheid spreekt van een “mediane stijging van 1,3%”, berekende het Nibud een realistischer beeld op basis van 117 voorbeeldhuishoudens: gemiddeld +0,9%, met uitschieters van -1,2% tot +2,9%.

Koopkracht 2026 per inkomensgroep
Groep
Koopkrachtontwikkeling
Gepensioneerden (AOW + pensioen)
+1,5% – hoogste stijging
Tweede en derde inkomenskwintiel
+1,4%
Uitkeringsgerechtigden
+1,3%
Modaal inkomen (€46.500/jaar)
+1,25% (±€38,50 netto/maand)
2x modaal inkomen
+0,97% (+€48/maand)
Tweeverdieners met kinderen
+0,8% tot +1,5%
ZZP’ers (€35.000/jaar)
-€31/maand
Minimumloon deeltijd (36 uur)
+€12,75/maand
Bronnen: CPB MEV 2026, Nibud koopkrachtberekeningen
Wat verandert er concreet in 2026?
Minimumloon stijgt naar €14,71/uur (+2,15%)
Arbeidskorting omhoog naar max €5.685
Eigen risico blijft €385 (derde jaar bevroren)
Huurtoeslag hervormd: geen maximale huurgrens meer
Kinderopvangtoeslag: 96% vergoed tot €56.412 inkomen
Lagere energiebelasting op stroom (-1,2 ct/kWh)
Zelfstandigenaftrek daalt naar €1.200
Gasbelasting stijgt (+2,71 ct/m³)
Energietoeslag van €1.300 is afgeschaft
Groen = positief voor portemonnee, rood = negatief

Kritiek en debat

De koopkrachtcijfers zijn niet zonder controverse. Het Belastingplan 2026 werd in het parlementaire debat “het liefdeloze belastingplan” genoemd en wees op de nullijn voor rijksambtenaren (€600 miljoen besparing) en de verhoging van het btw-tarief op onder meer logies en bepaalde culturele diensten van 9% naar 21%.

Het Nibud nuanceerde de optimistische CPB-cijfers: de werkelijke koopkrachtstijging bedraagt gemiddeld 0,9% in plaats van 1,3%. “Ongeveer vier tientjes per maand erbij” werd een veelbesproken uitspraak die illustreert hoe beperkt de verbetering in de praktijk is.

ZZP’ers voelen zich buitengesloten: de zelfstandigenaftrek daalt in 2026 verder naar €1.200 (en naar €900 in 2027), terwijl zij geen profijt hebben van de hogere arbeidskorting. Bij een jaarinkomen van €35.000 gaan zij er naar schatting enkele tientjes per maand op achteruit. De FNV en brancheorganisaties wijzen erop dat zelfstandigen structureel buiten het koopkrachtbeleid vallen.

In de Tweede Kamer klonk kritiek dat het kabinet-Schoof de koopkrachtmaatregelen financierde met toekomstige lastenverzwaringen en dat er onvoldoende geïnvesteerd wordt in economische groei. Het kabinet-Jetten heeft inmiddels aangekondigd de “vrijheidsbijdrage” in te voeren: burgers betalen €3,4 miljard en bedrijven €1,7 miljard voor hogere defensie-uitgaven.

Veelgestelde vragen

Hoeveel gaat mijn koopkracht erop vooruit in 2026?
Gemiddeld +0,9% volgens het Nibud, ofwel circa €40 per maand. Het CPB noemt +1,3%. Het exacte bedrag hangt af van je inkomen, huishoudtype en toeslagen. Gepensioneerden gaan er het meest op vooruit (+1,5%), terwijl zzp’ers en minimumloners er op achteruit kunnen gaan.
Waarom verschilt de CPB-raming van het Nibud?
Het CPB berekent een mediane koopkracht op basis van macrocijfers. Het Nibud rekent met 117 concrete voorbeeldhuishoudens en houdt rekening met individuele toeslagen, heffingskortingen en premies. Dat levert een realistischer – en vaak lager – beeld op.
Gaat het eigen risico omhoog in 2026?
Nee, het eigen risico blijft in 2026 bevroren op €385 per jaar. Dat is het derde jaar op rij. In 2027 kan het eigen risico wel stijgen naar €460 door indexatie, tenzij het kabinet-Jetten ingrijpt.
Wat verandert er aan de huurtoeslag?
De maximale huurgrens vervalt, waardoor ook huurders boven €932,93 in aanmerking komen. De leeftijdsgrens daalt van 23 naar 21 jaar, servicekosten tellen niet meer mee, en de berekening is vereenvoudigd met een lineaire afbouw.
Zijn zzp'ers de dupe?
Veel zzp’ers gaan er in 2026 op achteruit door de dalende zelfstandigenaftrek (€1.200 in 2026, €900 in 2027). Bij een inkomen van €35.000 kan dit neerkomen op enkele tientjes minder per maand. Alleen zzp’ers met een inkomen boven €50.000 gaan er licht op vooruit.
Wat doet het kabinet-Jetten met koopkracht?
Het kabinet-Jetten voert het al aangenomen Belastingplan 2026 uit. In het coalitieakkoord ligt de nadruk op defensie en onderwijs, gefinancierd met bezuinigingen op zorg en uitkeringen. De ‘vrijheidsbijdrage’ van €5,1 miljard (burgers + bedrijven) is de meest besproken maatregel.

Conclusie

De koopkracht stijgt in 2026 voor de meeste Nederlanders, maar de verbetering is bescheiden. Gemiddeld houdt een huishouden zo’n €40 per maand meer over – een stijging die grotendeels wordt opgeslokt door hogere energiekosten en de stijgende gasbelasting.

De winnaars zijn gepensioneerden (dankzij hogere AOW en gunstige pensioenindexatie) en werkenden met een modaal inkomen (dankzij de hogere arbeidskorting). De verliezers zijn zzp’ers (dalende zelfstandigenaftrek) en minimumloners in deeltijd (die netto minder overhouden ondanks de bruto-loonstijging).

Het politieke landschap voegt extra onzekerheid toe. Het minderheidskabinet-Jetten heeft slechts 66 zetels en moet voor elk wetsvoorstel steun zoeken bij oppositiepartijen. De ‘vrijheidsbijdrage’ voor defensie en bezuinigingen op zorg staan op gespannen voet met de belofte van koopkrachtverbetering. Hoe het kabinet deze spanning in 2027 oplost, hangt af van de parlementaire steun die het weet te vinden.

Bronnen

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
    Ondernemersplein: belastingschijven 2026ondernemersplein.overheid.nl
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12