Zorginkoopbeleid 2026: nieuwe verzekeraarseisen voor antenataal CTG en kwetsbare ouderenzorg
Menzis schrapt antenataal CTG uit standaardcontract, VGZ/ONVZ versoepelen eisen. Nieuwe kwetsbare ouderen module vanaf januari 2026. Alle veranderingen uit
Samenvatting
- Menzis haalt antenataal CTG uit de standaardovereenkomst voor eerstelijns verloskunde per 2026, terwijl VGZ en ONVZ de samenwerkingseis loslaten
- De KNOV past haar professionele standaard aan door de verplichte samenwerking met gynaecologen te schrappen, wat meer autonomie geeft aan verloskundigen
- Een nieuwe integrale zorgmodule voor kwetsbare ouderen introduceert vanaf januari 2026 een tarief per geïncludeerde oudere
- Deze ontwikkelingen leiden tot regionale verschillen in zorgaanbod, afhankelijk van verzekeraar en zorgverlener
- Zorgverleners moeten hun contracten en werkprocessen aanpassen aan de nieuwe inkoopeisen en bekostigingsmodellen
Het zorginkoopbeleid voor 2026 brengt ingrijpende veranderingen in de verloskunde en ouderenzorg. Zorgverzekeraars hanteren verschillende strategieën voor antenataal CTG-monitoring: Menzis neemt deze zorg niet meer op in standaardcontracten, terwijl VGZ en ONVZ de samenwerkingseis tussen verloskundigen en gynaecologen loslaten. Tegelijkertijd introduceert de sector een nieuwe bekostigingsstructuur voor kwetsbare ouderen met integrale tarieven.
Deze wijzigingen volgen op aanpassingen in de professionele standaarden van de KNOV, die de verplichte samenwerking voor antenataal CTG heeft geschrapt. Dit kan tot een gefragmenteerd zorglandschap leiden. Toegang tot bepaalde vormen van zorg kan verschillen per verzekeraar en regio.
Belangrijkste wijzigingen in zorginkoopbeleid 2026
Het zorginkoopbeleid voor 2026 toont een duidelijke verschuiving in hoe zorgverzekeraars omgaan met antenataal CTG-monitoring en ouderenzorg. Verschillende verzekeraars hanteren nieuwe eisen en vergoedingsstructuren, wat directe gevolgen heeft voor zorgverleners en patiënten. Deze wijzigingen passen binnen het bredere passende zorg beleid 2026 dat het Zorginstituut Nederland heeft ontwikkeld.
Menzis schrapt antenataal CTG uit standaardcontract
Menzis heeft antenataal CTG niet meer opgenomen in de standaardovereenkomst voor eerstelijns verloskunde per 2026, volgens het gepubliceerde zorginkoopbeleid geboortezorg. Dit betekent dat verloskundigen die bij Menzis gecontracteerd zijn, geen automatische vergoeding meer krijgen voor CTG-monitoring tijdens de zwangerschap.
Voor vergoeding van antenataal CTG stelt Menzis specifieke eisen. Alleen praktijken met een door Menzis goedgekeurde samenwerkingsafspraak met het ziekenhuis binnen het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) komen in aanmerking voor vergoeding. Deze eis verschilt van andere verzekeraars die de samenwerkingseis juist versoepelen.
De goedkeuring van samenwerkingsafspraken ligt bij de regionale inkoopafdeling van Menzis. Praktijken moeten aantonen dat er structurele samenwerking bestaat met gynaecologen voor follow-up bij afwijkende CTG-resultaten. Het proces voor goedkeuring kan enkele maanden duren, waardoor praktijken tijdig moeten handelen.
VGZ en ONVZ versoepelen samenwerkingseisen
VGZ en ONVZ hanteren een andere koers dan Menzis. Deze verzekeraars stellen de samenwerkingseis voor antenataal CTG niet langer als voorwaarde voor uitvoering in de eerste lijn, zoals blijkt uit hun inkoopbeleid 2026. Dit geeft verloskundigen meer vrijheid in het aanbieden van CTG-monitoring zonder verplichte ziekenhuissamenwerking.
De versoepeling sluit aan bij de aangepaste professionele standaard van de KNOV (Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen). De KNOV heeft de eerder verplichte eis van samenwerking met gynaecologen binnen het VSV geschrapt uit hun standaard voor antenataal CTG in de eerste lijn.
Deze versoepeling kan leiden tot meer toegankelijkheid van antenataal CTG voor zwangeren, omdat verloskundigen minder administratieve belemmeringen ondervinden. Wel blijven de kwaliteitseisen en nascholingsvereisten voor CTG-interpretatie van kracht.
Nieuwe module kwetsbare ouderen bij Menzis
Menzis introduceert vanaf 1 januari 2026 een nieuwe module voor integrale zorg aan kwetsbare ouderen. Deze module kent een integraal tarief per geïncludeerde kwetsbare oudere, wat een verschuiving betekent van de huidige declaratiestructuur naar een meer integrale benadering.
Het integrale tarief is bedoeld om zorgverleners te stimuleren tot samenwerking en coördinatie van zorg. In plaats van losse declaraties voor verschillende zorgonderdelen, ontvangen zorgverleners één tarief voor de totale zorg aan een kwetsbare oudere gedurende een bepaalde periode.
De module past binnen de bredere trend naar integrale zorgfinanciering, waarbij verzekeraars streven naar betere coördinatie en minder versnippering in de ouderenzorg. Voor zorgverleners betekent dit dat zij hun werkprocessen mogelijk moeten aanpassen aan de nieuwe vergoedingsstructuur.
Antenataal CTG in de eerste lijn: nieuwe eisen per zorgverzekeraar
Het zorginkoopbeleid voor 2026 brengt ingrijpende veranderingen voor antenataal CTG-onderzoek in de eerste lijn. Zorgverzekeraars hanteren vanaf volgend jaar verschillende eisen voor vergoeding van deze prenatale zorg. De verschillen tussen verzekeraars kunnen direct gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van CTG-monitoring voor zwangere vrouwen.
De KNOV heeft naar aanleiding van deze ontwikkelingen de professionele standaard voor antenataal CTG aangepast. De eerder verplichte samenwerkingseis met gynaecologen binnen het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) is geschrapt uit de standaard.
Menzis: alleen vergoeding bij goedgekeurde samenwerkingsafspraak
Menzis heeft antenataal CTG in 2026 niet meer opgenomen in de standaardovereenkomst voor eerstelijns verloskunde. Verloskunde praktijken kunnen alleen nog vergoeding krijgen als zij beschikken over een door Menzis goedgekeurde samenwerkingsafspraak met het ziekenhuis binnen het VSV.
Praktijken zonder goedgekeurde samenwerkingsafspraak kunnen vanaf 2026 geen antenataal CTG meer declareren bij Menzis. Dit kan leiden tot doorverwijzing naar de tweede lijn of eigen betalingen voor patiënten. De doorverwijzing naar de tweede lijn betekent dat de kosten onder het eigen risico vallen, wat de financiële drempel verhoogt.
De goedkeuring van samenwerkingsafspraken ligt bij de regionale inkoopafdeling van Menzis. Praktijken moeten aantonen dat er structurele samenwerking bestaat met gynaecologen voor follow-up bij afwijkende CTG-resultaten. Het aanvraagproces vereist documentatie van de samenwerkingsafspraken en kan 8-12 weken duren.
VGZ en ONVZ: versoepelde voorwaarden
VGZ en ONVZ hebben juist de tegenovergestelde richting gekozen. Deze verzekeraars stellen de samenwerkingseis voor antenataal CTG niet langer als voorwaarde voor uitvoering in de eerste lijn. Verloskunde praktijken kunnen CTG-onderzoek uitvoeren zonder formele samenwerkingsafspraak met het ziekenhuis.
Bij VGZ en ONVZ verzekerden kunnen verloskundigen antenataal CTG uitvoeren op basis van hun professionele competentie, zonder verplichte samenwerkingsovereenkomst. Deze versoepeling sluit aan bij de aangepaste KNOV-standaard, die meer ruimte geeft aan de professionele autonomie van verloskundigen.
Wel blijven de kwaliteitseisen en nascholingsvereisten voor CTG-interpretatie van kracht. Verloskundigen moeten aantonen dat zij voldoende getraind zijn in CTG-interpretatie en beschikken over adequate apparatuur.
Gevolgen voor verloskunde praktijken
De uiteenlopende eisen van zorgverzekeraars dwingen verloskunde praktijken tot strategische keuzes. Praktijken met veel Menzis-verzekerden moeten investeren in formele samenwerkingsafspraken of CTG-zorg doorverwijzen naar de tweede lijn.
Voor zwangere vrouwen kunnen deze verschillen leiden tot ongelijke toegang tot eerstelijns CTG-zorg, afhankelijk van hun zorgverzekeraar. Bij doorverwijzing naar de tweede lijn komen de kosten ten laste van het eigen risico 2027, wat de financiële drempel voor deze zorg verhoogt.
Praktijken overwegen hun contractmix kritisch te bekijken. Sommige praktijken kunnen besluiten geen nieuwe Menzis-patiënten meer aan te nemen voor CTG-zorg, tenzij zij over de vereiste samenwerkingsafspraak beschikken. Dit kan leiden tot wachtlijsten of doorverwijzingen naar andere praktijken.
De verschillen in zorginkoopbeleid illustreren de bredere trend waarbij zorgverzekeraars verschillende strategieën hanteren voor kwaliteitsborging. Waar Menzis inzet op formele samenwerkingsstructuren, kiezen VGZ en ONVZ voor vertrouwen in professionele competentie.
Module kwetsbare ouderen: integraal tarief en nieuwe zorgstructuur
Menzis introduceert vanaf 1 januari 2026 een nieuwe module voor integrale zorg aan kwetsbare ouderen. Deze module markeert een verschuiving van traditionele zorgtrajecten naar een meer geïntegreerde aanpak met een integraal tarief per geïncludeerde kwetsbare oudere.
De nieuwe module is onderdeel van een bredere herstructurering van de ouderenzorg, waarbij zorgverzekeraars meer nadruk leggen op preventie en vroegtijdige interventie. Dit past binnen de nieuwe procedures langdurige zorg die zorgkantoren hanteren voor zorgtoewijzing.
Integraal tarief per geïncludeerde kwetsbare oudere
Het integrale tarief dekt alle zorgactiviteiten binnen de module, van screening tot behandeling en begeleiding. Zorgverleners ontvangen een vast bedrag per kwetsbare oudere die aan de criteria voldoet en in de module wordt opgenomen.
Het exacte tarief wordt vastgesteld in overleg met zorgaanbieders. Menzis plant de tarieven uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 bekend te maken. Deze financieringsstructuur wijkt af van de traditionele prestatie-gerelateerde vergoeding.
Zorgverleners krijgen meer financiële zekerheid, maar dragen ook het risico van hogere zorgkosten binnen de module. Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kostonontwikkelingen in de ouderenzorg.
Voorwaarden en criteria voor deelname
Kwetsbare ouderen komen in aanmerking voor de module als zij voldoen aan specifieke criteria rond functionele achteruitgang, sociale isolatie of uitgebreide zorgbehoeften. Menzis hanteert een screeningsinstrument dat huisartsen en wijkverpleegkundigen kunnen gebruiken.
De precieze criteria worden begin 2025 definitief vastgesteld. Zorgverleners moeten wachten op nadere uitwerking van Menzis voordat zij patiënten kunnen includeren. Deelnemende zorgverleners moeten aantonen dat zij beschikken over voldoende expertise in geriatrische zorg.
Dit kan door middel van certificering, ervaring of samenwerking met gespecialiseerde zorgaanbieders. Multidisciplinaire teams krijgen voorrang bij de contractering. De module vereist ook dat zorgverleners rapporteren over uitkomstindicatoren zoals kwaliteit van leven, zelfstandigheid en zorggebruik.
Verschil met bestaande zorgtrajecten
De nieuwe module onderscheidt zich van bestaande zorgtrajecten door de integrale benadering en het vaste tarief. Traditionele zorgtrajecten voor ouderen zijn vaak gefragmenteerd, met verschillende zorgverleners die elk hun eigen declaraties indienen.
Zorgverleners die al ervaring hebben met ketenzorg of transitieprogramma’s zijn beter voorbereid op de nieuwe module. De werkwijze vertoont overeenkomsten met bestaande integrale zorgprogramma’s.
Bestaande NZa-beleidsregels voor ouderenzorg blijven van toepassing voor zorg buiten de module. Dit betekent dat zorgverleners mogelijk met verschillende financieringsstructuren moeten werken, afhankelijk van of een patiënt wel of niet in de module zit.
Praktische gevolgen voor zorgverleners en patiënten
De wijzigingen in het zorginkoopbeleid voor 2026 hebben directe gevolgen voor zorgverleners en hun patiënten. Verloskunde praktijken moeten hun contracten herzien, terwijl zorgverleners in de ouderenzorg nieuwe modules moeten implementeren. De verschillen tussen zorgverzekeraars zorgen voor een gefragmenteerd landschap waarin praktijken per verzekeraar andere voorwaarden hanteren.
Impact op verloskunde praktijken
Verloskunde praktijken staan voor ingrijpende aanpassingen in hun werkwijze en contractuele afspraken. Praktijken die antenataal CTG aanbieden aan Menzis-verzekerden moeten hun samenwerkingsafspraken met ziekenhuizen binnen het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) laten goedkeuren door de verzekeraar.
Dit betekent extra administratieve lasten en mogelijk langere doorlooptijden voordat vergoeding gegarandeerd is. Het goedkeuringsproces kan 8-12 weken duren, waardoor praktijken uiterlijk in oktober 2025 hun aanvragen moeten indienen.
Voor praktijken met VGZ- en ONVZ-verzekerden biedt de versoepeling van de samenwerkingseis meer flexibiliteit. Zij kunnen antenataal CTG uitvoeren zonder voorafgaande goedkeuring van specifieke samenwerkingsafspraken. Dit vermindert de administratieve druk, maar vereist wel dat praktijken per verzekeraar bijhouden welke voorwaarden gelden.
Praktijken moeten hun patiëntenbestand analyseren om te bepalen welke verzekeraars vertegenwoordigd zijn. Per verzekeraar gelden verschillende voorwaarden voor antenataal CTG-vergoeding. De aangepaste KNOV-standaard biedt meer ruimte voor eigen professionele afwegingen, maar praktijken moeten hun protocollen aanpassen aan de nieuwe richtlijnen.
Gevolgen voor ouderenzorg
Zorgverleners die werken met kwetsbare ouderen moeten zich voorbereiden op de implementatie van de nieuwe integrale zorgmodule vanaf januari 2026. Het integrale tarief per geïncludeerde kwetsbare oudere vraagt om een andere manier van werken en factureren.
Zorgverleners moeten hun administratieve systemen aanpassen om per patiënt bij te houden welke zorgcomponenten onder de module vallen. De module vereist intensievere samenwerking tussen verschillende zorgdisciplines.
Huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere betrokken zorgverleners moeten afspraken maken over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Dit kan aanpassingen in de personeelsplanning en werkprocessen betekenen. De integrale module voor kwetsbare ouderen sluit aan bij bredere ontwikkelingen in de zorg, zoals de CAO-afspraken zorgpersoneel die ook in 2026 van kracht worden.
Voor patiënten kan de module leiden tot meer gecoördineerde zorg, maar de overgang vereist mogelijk uitleg over de nieuwe werkwijze. Zorgverleners moeten patiënten en hun families informeren over wat de integrale aanpak voor hen betekent.
Administratieve en contractuele wijzigingen
De verschillende aanpak van zorgverzekeraars zorgt voor toegenomen administratieve uitdagingen. Zorgverleners moeten per verzekeraar verschillende procedures hanteren voor declaratie en voorafgaande toestemming. Dit kan leiden tot hogere administratieve kosten en meer kans op fouten in de declaratieprocedures.
Contractonderhandelingen met zorgverzekeraars worden uitgebreider doordat niet alle verzekeraars dezelfde voorwaarden hanteren. Praktijken moeten mogelijk meerjarige contracten herzien en nieuwe afspraken maken over tarieven en voorwaarden.
Zorgverleners kunnen profiteren van de sociale zekerheid zorgverleners regelingen die parallel aan deze wijzigingen worden ingevoerd. De implementatie van nieuwe modules en aangepaste voorwaarden vereist investeringen in ICT-systemen en mogelijk externe ondersteuning voor contractbeheer.
Kleinere praktijken kunnen hierdoor onevenredig zwaar belast worden vergeleken met grotere zorgorganisaties die meer middelen hebben voor administratieve ondersteuning. Zorgverleners moeten hun personeel trainen in de nieuwe procedures en zorgen dat alle medewerkers op de hoogte zijn van de verschillende voorwaarden per zorgverzekeraar.
Veelgestelde vragen over zorginkoopbeleid 2026
De wijzigingen in het zorginkoopbeleid voor 2026 roepen veel vragen op bij zorgverleners en patiënten. Vooral de verschillende aanpak van zorgverzekeraars rond antenataal CTG en de nieuwe kwetsbare ouderen module zorgen voor onduidelijkheid.
Veelgestelde vragen
Welke zorgverzekeraars dekken antenataal CTG nog in de eerste lijn?
Wat betekent de nieuwe kwetsbare ouderen module voor zorgkosten?
Hoe verschillen verzekeraars in hun CTG-vergoeding en samenwerkingseisen?
Wanneer gaan alle wijzigingen in het zorginkoopbeleid in?
Wat moet ik doen als mijn zorgverzekeraar antenataal CTG niet meer vergoedt?
Hoe bereid ik mijn praktijk voor op de nieuwe modules en eisen?
Zorgverzekeraars kunnen hun inkoopbeleid nog aanpassen voor 2026. Controleer altijd de meest recente voorwaarden bij uw verzekeraar en houd de communicatie van beroepsorganisaties zoals de KNOV in de gaten voor updates.
Conclusie en actiepunten voor zorgverleners
Het zorginkoopbeleid 2026 markeert een keerpunt in de Nederlandse zorgverlening, met name voor verloskunde en ouderenzorg. De verschillende strategieën van zorgverzekeraars creëren een gefragmenteerd landschap dat zowel kansen als uitdagingen biedt voor zorgverleners en patiënten.
Belangrijkste ontwikkelingen samengevat
De meest ingrijpende verandering betreft de uiteenlopende aanpak van antenataal CTG-monitoring. Waar Menzis kiest voor strikte samenwerkingseisen en CTG uit de standaardovereenkomst haalt, bieden VGZ en ONVZ juist meer flexibiliteit door de samenwerkingseis los te laten. Deze verschillen kunnen leiden tot ongelijke toegang tot zorg, afhankelijk van de zorgverzekeraar van de patiënt.
De nieuwe integrale zorgmodule voor kwetsbare ouderen bij Menzis toont de richting waarin de zorgfinanciering zich ontwikkelt. Het integrale tarief per geïncludeerde oudere stimuleert samenwerking tussen zorgverleners en kan leiden tot betere coördinatie van zorg. Tegelijkertijd brengt het nieuwe risico’s met zich mee voor zorgaanbieders die het financiële risico van uitgebreide zorgtrajecten moeten dragen.
Concrete actiepunten voor zorgverleners
Voor verloskunde praktijken:
- Analyseer uw patiëntenmix per zorgverzekeraar om de impact van de wijzigingen in te schatten
- Dien uiterlijk oktober 2025 aanvragen in voor goedkeuring van samenwerkingsafspraken bij Menzis
- Pas uw protocollen aan volgens de nieuwe KNOV-standaard voor antenataal CTG
- Investeer in training van personeel over de verschillende procedures per zorgverzekeraar
- Overweeg strategische keuzes over welke verzekeraars u wilt contracteren
Voor zorgverleners in de ouderenzorg:
- Bereid uw organisatie voor op de implementatie van de integrale zorgmodule vanaf januari 2026
- Pas administratieve systemen aan voor de nieuwe declaratiestructuur
- Maak afspraken met andere zorgdisciplines over taakverdeling en samenwerking
- Informeer patiënten en families over de nieuwe integrale aanpak
- Zorg voor adequate rapportage van uitkomstindicatoren
Voor alle zorgverleners:
- Herzie bestaande contracten met zorgverzekeraars en onderhandel tijdig over nieuwe voorwaarden
- Investeer in ICT-systemen die verschillende declaratiestructuren kunnen verwerken
- Houd de communicatie van beroepsorganisaties in de gaten voor updates en aanpassingen
- Overweeg externe ondersteuning voor contractbeheer, vooral voor kleinere praktijken
Langetermijnperspectief
De wijzigingen in het zorginkoopbeleid 2026 zijn waarschijnlijk het begin van een bredere transformatie in de Nederlandse zorgverlening. Zorgverzekeraars experimenteren met verschillende modellen voor kwaliteitsborging en kostenbeheersing. Zorgverleners die zich nu goed voorbereiden op deze veranderingen, zijn beter gepositioneerd voor toekomstige ontwikkelingen.
De trend naar meer integrale zorgfinanciering zal zich waarschijnlijk uitbreiden naar andere zorggebieden. Zorgverleners die ervaring opdoen met de nieuwe modules en samenwerkingsmodellen, kunnen profiteren van toekomstige ontwikkelingen in de zorgfinanciering.
Het succes van deze nieuwe aanpak hangt af van de bereidheid van zorgverleners om samen te werken en hun werkprocessen aan te passen. Patiënten profiteren uiteindelijk het meest van een zorglandschap waarin kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in balans zijn.
Bronnen
- 1Agenda | CPB Websitecpb.nl
- 2Agenda | CPB Websitecpb.nl
- 3
- 4Veranderingen In 2026rijksoverheid.nl
- 5
- 6Zorginkoopbeleid Geboortezorg 2026menzis.nl
- 7
- 8
- 9[PDF] InEen – Inkoopbeleid 2026ineen.nl
- 10[PDF] Zorginkoopbeleid 2026 – Menzismenzis.nl
- 11[PDF] Zorginkoopbeleid 2026 Geneeskundige zorg voor specifieke …zorgenzekerheid.nl
- 12