Kabinet-Jetten portefeuilleverdeling: ministers en staatssecretarissen 2026
Complete overzicht van alle ministers en staatssecretarissen in kabinet-Jetten. Wie krijgt welke portefeuille? Bekijk de volledige verdeling.
Samenvatting
- Het kabinet-Jetten is op 23 februari 2026 beëdigd als minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met 18 ministers en 10 staatssecretarissen
- Rob Jetten (D66) wordt minister-president, met Dilan Yeşilgöz (VVD) als vicepremier en minister van Defensie
- Het Ministerie van Economische Zaken wordt uitgebreid tot Economische Zaken en Klimaat onder leiding van Bart van den Brink (D66)
- Eelco Heinen (VVD) blijft minister van Financiën voor continuïteit in het economisch beleid
- Als minderheidskabinet is het afhankelijk van wisselende steun in de Tweede Kamer voor het doorvoeren van beleid
Het kabinet-Jetten is op 23 februari 2026 officieel beëdigd als het eerste minderheidskabinet sinds jaren. Het kabinet van D66, VVD en CDA telt 18 ministers en 10 staatssecretarissen, waarbij Rob Jetten de rol van minister-president op zich neemt. De nieuwe bewindslieden moeten werken zonder eigen parlementaire meerderheid.
De portefeuilleverdeling toont enkele opvallende keuzes. Het Ministerie van Economische Zaken wordt uitgebreid tot Economische Zaken en Klimaat, wat experts interpreteren als een signaal voor meer geïntegreerd klimaat- en economisch beleid. Zes ministers krijgen geen eigen ministerie toegewezen, wat duidt op een focus op coördinatie tussen departementen. Voor belangrijke dossiers zoals de toeslagenaffaire blijft continuïteit gewaarborgd door het aanblijven van staatssecretaris Sandra Palmen.
Samenstelling kabinet-Jetten: 18 ministers en 10 staatssecretarissen
Het kabinet-Jetten werd op 23 februari 2026 officieel beëdigd en markeert een nieuwe fase in de Nederlandse politiek. Met 18 ministers en 10 staatssecretarissen is het qua omvang vergelijkbaar met voorgaande kabinetten, maar de samenstelling en structuur wijken aanzienlijk af van eerdere formaties.
Minderheidskabinet van drie partijen
Het kabinet bestaat uit ministers van D66, VVD en CDA, waarmee het het eerste minderheidskabinet sinds decennia vormt. Deze drie partijen beschikken samen over naar verwachting 71 van de 150 Kamerzetels, waardoor het kabinet voor belangrijke beslissingen afhankelijk is van steun uit de oppositie.
De partijverdeling binnen het kabinet weerspiegelt de verkiezingsuitslag van 2025. D66 levert als grootste partij de minister-president en meerdere sleutelministers. VVD en CDA vullen de overige posten in, waarbij ervaren politici zoals Eelco Heinen (Financiën) hun functie behouden.
Nieuwe structuur met minder ministeries
Het kabinet telt drie ministeries minder dan de voorgaande formatie. Deze reorganisatie is bedoeld om de besluitvorming te stroomlijnen en overlap tussen departementen te verminderen. Opvallend is de naamswijziging van het Ministerie van Economische Zaken naar Economische Zaken en Klimaat, wat de geïntegreerde aanpak van economisch en klimaatbeleid onderstreept.
Een bijzonderheid is dat zes ministers geen politieke leiding geven aan een eigen ministerie. Deze ministers zonder portefeuille richten zich op specifieke beleidsterreinen die meerdere departementen beïnvloeden, zoals digitalisering en stedelijke ontwikkeling.
Minister-president en vicepremiers: de top van het kabinet
De leiding van kabinet-Jetten wordt gevormd door een drietal ervaren politici uit de drie coalitiepartijen. Rob Jetten neemt als D66-leider de rol van minister-president op zich, terwijl Dilan Yeşilgöz-Zegerius en Bart van den Brink hem bijstaan als respectievelijk eerste en tweede viceminister-president. Deze hiërarchie weerspiegelt de partijverhoudingen binnen het minderheidskabinet.
Rob Jetten als minister-president
Rob Jetten combineert het minister-presidentschap met het ministerschap van Algemene Zaken. Als D66-leider brengt hij ruime ervaring mee uit de Tweede Kamer, waar hij zich profileerde op klimaat- en energiedossiers. In zijn nieuwe rol moet premier Jetten’s strategie zich richten op het vinden van brede steun voor grote hervormingen, gezien de minderheidspositie van het kabinet.
De combinatie van beide functies is gebruikelijk in Nederland, maar brengt extra uitdagingen met zich mee in een minderheidskabinet. Jetten zal regelmatig moeten onderhandelen met oppositiepartijen om zijn beleid door het parlement te krijgen.
Dilan Yeşilgöz-Zegerius eerste viceminister-president
Dilan Yeşilgöz-Zegerius wordt eerste viceminister-president en minister van Defensie. De VVD-politica was eerder minister van Justitie en Veiligheid in het vorige kabinet en lijsttrekker tijdens de verkiezingen van 2025. Haar benoeming tot Defensie markeert een belangrijke verschuiving in de portefeuilleverdeling.
Als eerste viceminister-president vervangt Yeşilgöz-Zegerius de minister-president bij diens afwezigheid. Haar defensieportefeuille komt op een belangrijk moment, met de oorlog in Oekraïne en toenemende geopolitieke spanningen. De VVD heeft traditioneel sterke banden met defensie- en veiligheidsdossiers.
Bart van den Brink tweede viceminister-president
Bart van den Brink, voorheen staatssecretaris van Financiën, wordt tweede viceminister-president en minister van Asiel en Migratie. Deze benoeming is opmerkelijk omdat het CDA historisch gezien een kleinere rol speelt in migratiedossiers. Van den Brink staat voor grote uitdagingen op asielgebied, met name de realisatie van voldoende asielopvang.
De hiërarchie binnen het kabinet weerspiegelt de zetelverhoudingen van de drie coalitiepartijen. D66 levert de minister-president, de VVD de eerste viceminister-president en het CDA de tweede viceminister-president. Deze verdeling zorgt voor een evenwichtige vertegenwoordiging van alle coalitiepartners in de top van het kabinet.
Ministeries en portefeuilleverdeling per departement
Het kabinet-Jetten telt vijftien ministeries, drie minder dan het vorige kabinet. De herstructurering weerspiegelt de prioriteiten van het nieuwe minderheidskabinet, waarbij economie en klimaat nadrukkelijker worden gekoppeld. Alle ministers krijgen voortaan de titel ‘minister van’ in plaats van het eerdere onderscheid tussen ‘minister van’ en ‘minister voor’.
Economische Zaken en Klimaat
Het ministerie van Economische Zaken draagt vanaf 2026 de naam Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Deze naamswijziging onderstreept de ambitie om economisch beleid en klimaatdoelstellingen beter op elkaar af te stemmen. De minister van EZK krijgt daarmee een bredere portefeuille die zowel bedrijfsleven als energietransitie omvat.
De samenvoeging past bij de Europese trend waarbij lidstaten hun economische en klimaatbeleid sterker integreren. Experts verwachten dat dit leidt tot meer coherente regelgeving voor bedrijven die investeren in groene technologie.
Financiën en Sociale Zaken
Eelco Heinen (VVD) blijft naar verwachting minister van Financiën, wat continuïteit biedt in het economische beleid. Zijn portefeuille omvat de uitvoering van de koopkrachtmaatregelen die het kabinet heeft aangekondigd voor 2026.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid behoudt zijn centrale rol in het arbeidsmarktbeleid. De minister krijgt ook het pensioendossier in portefeuille, inclusief de geplande AOW-hervormingen die het kabinet wil doorvoeren.
Justitie en Veiligheid
Het ministerie van Justitie en Veiligheid behoudt zijn huidige structuur, maar krijgt te maken met nieuwe prioriteiten. De focus ligt op het versterken van de rechtsstaat en het aanpakken van ondermijning.
De minister werkt nauw samen met de nieuwe minister van Asiel en Migratie, Bart van den Brink, die als tweede viceminister-president een prominente rol krijgt in het migratiebeleid.
Overige ministeries
De overige twaalf ministeries behouden grotendeels hun bestaande structuur. Wel zijn er verschuivingen in portefeuilles om de coalitieprioriteiten te weerspiegelen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap krijgt bijvoorbeeld meer middelen voor digitalisering van het onderwijs.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat krijgt een prominentere rol bij de energietransitie, in samenwerking met EZK. Deze ministeries moeten de uitbouw van het elektriciteitsnet en de waterstofinfrastructuur coördineren.
De verdeling van portefeuilles weerspiegelt de compromissen binnen de coalitie. D66 krijgt de leiding over onderwijsvernieuwing en digitalisering, terwijl de VVD de economische dossiers behoudt. Het CDA focust op landbouw en plattelandsbeleid, traditionele speerpunten van de partij.
Ministers zonder ministerie en staatssecretarissen
Het kabinet-Jetten introduceert een nieuwe constructie: zes ministers die geen politiek leiding geven aan een ministerie. Deze ministers zonder departement concentreren zich op specifieke beleidsdossiers die dwars door verschillende ministeries lopen. Daarnaast telt het kabinet tien staatssecretarissen die de ministers ondersteunen bij uitgebreide beleidsterreinen.
Zes ministers zonder departement
De zes ministers zonder ministerie vormen een opvallende vernieuwing in de Nederlandse bestuurscultuur. Deze constructie ontstond uit de wens om bepaalde beleidsdossiers meer focus te geven zonder nieuwe ministeries op te richten. De ministers zonder departement rapporteren rechtstreeks aan de minister-president en werken nauw samen met de relevante vakministers.
Deze ministers krijgen elk een specifiek mandaat voor beleidsterreinen die traditioneel versnipperd waren over meerdere departementen. Experts verwachten dat deze aanpak meer samenhang kan brengen in uitgebreide dossiers, hoewel de praktijk moet uitwijzen of de nieuwe structuur effectief werkt.
De keuze voor ministers zonder departement past in de bredere herstructurering van het kabinet, waarbij het aantal ministeries werd teruggebracht van 15 naar 12. Deze efficiëntieslag moet volgens het coalitieakkoord leiden tot meer focus en minder bureaucratie.
Tien staatssecretarissen en hun taken
Het kabinet telt tien staatssecretarissen, verdeeld over de verschillende departementen. Een bijzondere positie is weggelegd voor Sandra Palmen, die als partijloze staatssecretaris verantwoordelijk blijft voor het herstel van de toeslagenaffaire. Haar continuering onderstreept het belang dat het nieuwe kabinet hecht aan het afhandelen van deze crisis.
De overige staatssecretarissen krijgen elk specifieke portefeuilles binnen hun departement. Bij Financiën wordt een staatssecretaris belast met belastinghervorming, terwijl bij Justitie en Veiligheid een staatssecretaris zich richt op cybersecurity. Deze specialisatie moet ervoor zorgen dat uitgebreide beleidsdossiers de nodige aandacht krijgen.
De verdeling van staatssecretarissen weerspiegelt de prioriteiten van het kabinet. Zo krijgen de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, en Sociale Zaken elk twee staatssecretarissen – een teken dat deze departementen zwaar belast worden met de uitvoering van het regeerakkoord.
Politieke waarnemers wijzen erop dat staatssecretarissen vaak een essentiële rol spelen bij het doorvoeren van gevoelige hervormingen. Hun positie – dichtbij de uitvoering maar met politieke dekking van hun minister – maakt hen geschikt voor het uitwerken van verzachte AOW-plannen en andere uitgebreide beleidswijzigingen waar oppositiesteun nodig is.
Partijverdeling en politieke verhoudingen
Het kabinet-Jetten vormt als minderheidskabinet een unieke politieke constructie in de Nederlandse geschiedenis. De drie coalitiepartijen D66, VVD en CDA moeten hun samenwerking vormgeven zonder een meerderheid in de Tweede Kamer, wat de politieke verhoudingen in de Kamer uitgebreider maakt dan in traditionele meerderheidskabinetten.
Welke partij levert welke bewindslieden
D66 levert naar verwachting de meeste bewindslieden, met Rob Jetten als minister-president en verschillende sleutelposities binnen het kabinet. De partij heeft doorgaans sterke vertegenwoordiging op ministeries als Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Klimaat en Energie.
De VVD behoudt traditioneel belangrijke economische portefeuilles, met Eelco Heinen die naar verwachting aanblijft als minister van Financiën. Dilan Yeşilgöz-Zegerius neemt als eerste viceminister-president de defensieportefeuille op zich, wat de VVD-focus op veiligheid en defensie onderstreept.
Het CDA krijgt doorgaans ministeries die aansluiten bij de christendemocratische waarden, zoals Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bart van den Brink wordt tweede viceminister-president en minister van het nieuwe ministerie van Asiel en Migratie.
Evenwicht tussen coalitiepartners
De verdeling van portefeuilles weerspiegelt een zorgvuldig evenwicht tussen de drie partijen. Elke coalitiepartner krijgt naar verwachting strategische ministeries die aansluiten bij hun kernthema’s en kiezersbeloften.
De aanwezigheid van zes ministers zonder departement biedt flexibiliteit in de portefeuilleverdeling. Deze constructie stelt het kabinet in staat om specifieke beleidsterreinen extra aandacht te geven zonder de traditionele ministeriële structuur volledig te herzien.
De machtsbalans binnen de coalitie wordt verder bepaald door de verdeling van staatssecretarissen. Met tien staatssecretarissen kunnen de partijen hun invloed uitbreiden naar specifieke beleidsterreinen en hun expertise benutten op technische dossiers.
Experts verwachten dat de samenwerking tussen de drie partijen van groot belang wordt voor de stabiliteit van het kabinet. De ideologische verschillen tussen D66, VVD en CDA vereisen voortdurend overleg en compromissen, vooral bij onderwerpen waar de partijen van nature verschillende standpunten innemen.
Bronnen
- 1
- 2
- 3Kabinet-Jetten beëdigd | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nlrijksoverheid.nl
- 4Bewindspersonen | Regering | Rijksoverheid.nlrijksoverheid.nl
- 5
- 6
- 7Actueelrijksoverheid.nl
- 8
- 9
- 10Kabinet-Jetten beëdigd: dit is de portefeuilleverdeling op Financiënaccountancyvanmorgen.nl
- 11Kabinet-Jetten (2026-heden) – Parlement.comparlement.com
- 12Hoe overleeft Jetten… een progressieve verkiezingswinst in een …decorrespondent.nl