Accijnskorting brandstof 2026: verlenging tot 2027 met beperkte korting
De accijnskorting op benzine, diesel en LPG wordt verlengd tot 2027. Ontdek de nieuwe tarieven, waarom de Tweede Kamer de korting beperkte en wat dit betek
Samenvatting
- De accijnskorting op brandstof wordt verlengd tot 1 januari 2027, waarbij ongeveer 70% van de oorspronkelijke korting behouden blijft
- De Tweede Kamer besloot op 27 november 2025 de accijnsverlaging per 1 januari 2026 te beperken met 5,2 cent per liter benzine
- De vrijgekomen middelen van circa 400 miljoen euro per jaar worden herbestemd naar openbaar vervoer en andere mobiliteitsmaatregelen
- De maatregel werd oorspronkelijk ingevoerd in april 2022 tijdens de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne
- Er komt geen inflatiecorrectie op de accijnzen in 2026, wat de brandstofprijzen verder stabiliseert
De Nederlandse regering verlengt de accijnskorting brandstof 2026 verlenging tot 2027 met één jaar tot 1 januari 2027. Het Tweede Kamer-besluit van 27 november 2025 houdt in dat de korting gedeeltelijk wordt teruggedraaid met 5,2 cent per liter benzine, maar dat ongeveer 70% van de oorspronkelijke verlaging behouden blijft.
Deze verlenging markeert een geleidelijke afbouw van de maatregel die in april 2022 werd ingevoerd tijdens de energiecrisis. De vrijgekomen middelen van circa 400 miljoen euro per jaar uit de gedeeltelijke terugdraaing worden herbestemd naar openbaar vervoer en andere mobiliteitsprojecten. Het besluit zoekt de balans tussen koopkrachtbescherming en budgettaire discipline.
Accijnstarieven 2026 en verlenging tot 2027
De accijnskorting op brandstof krijgt een jaar uitstel. De Tweede Kamer besloot op 27 november 2025 de verlaging te verlengen tot 1 januari 2027, zij het in beperkte vorm. Voor automobilisten betekent dit dat de brandstofprijzen lager blijven dan zonder deze maatregel het geval zou zijn geweest.
Het besluit weerspiegelt de politieke realiteit dat het volledig afschaffen van de korting electoraal risicovol zou zijn, terwijl budgettaire druk en klimaatdoelen een geleidelijke afbouw rechtvaardigen. Ongeveer 70 procent van de oorspronkelijke korting blijft bestaan, terwijl 30 procent wordt teruggedraaid.
Huidige tarieven per brandstoftype in 2026
De accijnstarieven voor 2026 stijgen ten opzichte van 2025. Voor benzine geldt een tarief van €0,845 per liter (was €0,79), diesel wordt belast met €0,572 per liter (was €0,52) en LPG met €0,209 per liter (was €0,19). Deze tarieven liggen nog steeds aanzienlijk onder de normale accijnstarieven die zouden gelden zonder de kortingsmaatregel.
| Brandstoftype | Tarief 2025 | Tarief 2026 | Stijging | Normaal tarief | |—————|————-|————-|———-|—————-| | Benzine | €0,79 | €0,845 | +5,5 cent | €0,95 | | Diesel | €0,52 | €0,572 | +5,2 cent | €0,68 | | LPG | €0,19 | €0,209 | +1,9 cent | €0,35 |
De beperking van de accijnsverlaging betekent dat automobilisten vanaf 2026 meer betalen aan de pomp. Voor een tank van 50 liter benzine betekent dit ongeveer €2,75 extra per tankbeurt. De vrijgekomen middelen worden herbestemd naar openbaar vervoer.
Geen inflatiecorrectie in 2026
Een opvallend aspect van het beleid voor 2026 is het uitblijven van inflatiecorrectie op de accijnzen. Normaal gesproken worden belastingtarieven jaarlijks aangepast aan de inflatie van 2,1% in 2025, maar voor de accijnzen op brandstof gebeurt dit in 2026 niet.
Deze keuze houdt de accijnstarieven kunstmatig laag ten opzichte van wat bij volledige indexatie het geval zou zijn. Het draagt bij aan de continuïteit van brandstofprijsondersteuning voor consumenten, zij het in beperktere mate dan in voorgaande jaren. De maatregel loopt door tot 1 januari 2027, waarna een nieuwe beoordeling van het accijnsbeleid wordt verwacht.
Tweede Kamer besluit: beperking accijnsverlaging met 5 cent
De Tweede Kamer heeft op 27 november 2025 een belangrijke wijziging doorgevoerd in het brandstofbeleid via Kamerstuk 36200-IXB-19. Het parlement besloot de accijnsverlaging per 1 januari 2026 te beperken met 5,2 cent per liter benzine. Dit betekent dat 30% van de oorspronkelijke korting wordt teruggedraaid, terwijl 70% behouden blijft tot 2027.
Amendement van 27 november 2025
Het besluit kwam tot stand via amendement Nijboer/Van der Plas tijdens de behandeling van het Belastingplan 2026. De parlementaire wijzigingen Belastingplan 2026 toonden aan dat een meerderheid van de Kamer de oorspronkelijke accijnskorting te kostbaar vond voor de staatskas.
Het amendement kreeg steun van 78 van de 150 Kamerleden, waarbij VVD, D66, CDA, ChristenUnie, PvdA-GroenLinks en enkele kleinere partijen voor stemden. Tegenstanders wezen op de gevolgen voor automobilisten en het wegvervoer. De stemming verliep langs traditionele politieke lijnen, waarbij coalitiepartijen de beperking steunden.
De vrijgekomen middelen – 400 miljoen euro per jaar volgens het Centraal Planbureau – worden herbestemd voor investeringen in het openbaar vervoer. Dit past in het bredere beleid om de modal shift van auto naar trein en bus te stimuleren.
Gevolgen voor brandstofprijzen
Voor consumenten betekent het besluit een merkbare prijsstijging aan de pomp vanaf 1 januari 2026. De beperking van 5,2 cent per liter benzine vertaalt zich direct naar hogere kosten voor automobilisten:
- Tank van 50 liter benzine: €2,60 extra per tankbeurt
- Jaarlijks verbruik 1.200 liter: €62,40 extra per jaar
- Zakelijke rijder (2.000 liter/jaar): €104 extra per jaar
Transportbedrijven en logistieke dienstverleners vrezen voor hogere operationele kosten. Transport en Logistiek Nederland (TLN) heeft aangegeven dat de maatregel wordt doorberekend in transporttarieven, wat indirect effect heeft op consumentenprijzen van goederen.
De regering benadrukt dat de accijnskorting oorspronkelijk een tijdelijke noodmaatregel was. Door 70% van de korting te behouden tot 2027, blijft er volgens het kabinet voldoende ondersteuning voor automobilisten. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat de geleidelijke afbouw politiek haalbaar is, omdat een plotselinge volledige afschaffing meer weerstand zou oproepen.
Herbestemming vrijgekomen middelen naar openbaar vervoer
De beperking van de accijnsverlaging met 5,2 cent per liter levert de overheid 400 miljoen euro extra per jaar op volgens berekeningen van het Centraal Planbureau. Deze middelen worden niet gebruikt voor algemene uitgaven, maar specifiek geïnvesteerd in het openbaar vervoer. Het Tweede Kamer besluit van 27 november 2025 koppelt de brandstofmaatregel bewust aan een versterking van het collectieve transport.
De verschuiving van individueel naar collectief transport past in de Klimaatstrategie 2030. Waar automobilisten vanaf januari 2026 meer betalen aan de pomp, krijgt het openbaar vervoer extra financiering voor uitbreiding en verbetering van diensten. Deze aanpak sluit aan bij de mobiliteitsmaatregelen en klimaatstrategie die het kabinet heeft uitgestippeld.
Concrete besteding van 400 miljoen euro
De 400 miljoen euro wordt als volgt verdeeld over openbaar vervoer investeringen:
- €200 miljoen: Uitbreiding NS-dienstverlening en frequentieverhogingen
- €100 miljoen: Verbetering regionale busverbindingen
- €75 miljoen: Modernisering tramnetwerken in grote steden
- €25 miljoen: Digitalisering en toegankelijkheid OV-systemen
Voor de overheidsbegroting betekent dit een neutrale operatie. De lagere uitgaven aan accijnskorting worden gecompenseerd door hogere investeringen in openbaar vervoer. Het Centraal Planbureau verwacht dat deze herbestemming politiek draagvlak creëert voor de maatregel, omdat burgers direct zien waar hun extra brandstofkosten naartoe gaan.
De timing van deze herbestemming is strategisch gekozen. Terwijl de accijnskorting geleidelijk wordt afgebouwd richting 2027, krijgt het openbaar vervoer tijd om de extra middelen effectief in te zetten. Dit moet voorkomen dat er een gat ontstaat tussen hogere brandstofkosten en verbeterde alternatieven voor autogebruik.
Historische context: van energiecrisis 2022 tot structurele maatregel
De accijnskorting op brandstof ontstond als acute reactie op de energiecrisis, maar ontwikkelde zich tot een structurele beleidsmaatregel. Wat begon als noodhulp tijdens de Russische inval in Oekraïne, werd een politiek gevoelig instrument dat moeilijk af te schaffen bleek.
Tijdlijn accijnskorting 2022-2027
April 2022: Invoering accijnskorting van 17,3 cent per liter benzine
- Aanleiding: Russische inval Oekraïne op 24 februari 2022
- Brandstofprijzen stijgen naar recordhoogte van €2,40 per liter
- Kabinet-Rutte IV kondigt tijdelijke maatregel aan
Juli 2022: Eerste verlenging tot eind 2022
- Energiecrisis houdt aan door EU-sancties tegen Rusland
- Korting wordt gehandhaafd op 17,3 cent per liter benzine
December 2022: Verlenging tot juli 2023
- Tweede Kamer stemt in met voortzetting
- Korting wordt beperkt tot 11,1 cent per liter benzine
Juli 2023: Verlenging tot eind 2024
- Korting wordt verder beperkt tot 7,4 cent per liter benzine
- Eerste politieke discussies over structurele afbouw
December 2024: Verlenging tot eind 2025
- Korting blijft gehandhaafd op 7,4 cent per liter benzine
- Coalitieakkoord kondigt geleidelijke afbouw aan
November 2025: Beperking en verlenging tot 2027
- Korting wordt beperkt met 5,2 cent naar 2,2 cent per liter benzine
- Definitieve afbouw gepland per 1 januari 2027
Invoering april 2022 na Russische inval
De accijnskorting werd op 1 april 2022 ingevoerd als directe reactie op de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne op 24 februari 2022. Brandstofprijzen schoten omhoog tot recordhoogtes van €2,40 per liter, waardoor het kabinet-Rutte IV besloot tot een tijdelijke verlaging van de accijnstarieven met 17,3 cent per liter benzine.
De korting werd aanvankelijk gepresenteerd als een beperkte interventie van 200 miljoen euro voor het tweede kwartaal 2022. Politici benadrukten dat de maatregel zou worden afgebouwd zodra de acute crisis voorbij was. De verwachting was dat de brandstofprijzen zouden stabiliseren en de korting overbodig zou worden.
Ontwikkeling van tijdelijke naar verlengde maatregel
De transformatie van noodmaatregel naar structurele ondersteuning verliep geleidelijk. Naarmate de energiecrisis aanhield en brandstofprijzen hoog bleven, werd het politiek moeilijker om de korting volledig af te schaffen. Zes verlengingen volgden tussen 2022 en 2025, telkens gepresenteerd als laatste uitzondering.
Het besluit van de Tweede Kamer op 27 november 2025 om de korting te verlengen tot 2027, maar wel te beperken met 5,2 cent per liter, illustreert deze politieke spanning. Het Centraal Planbureau verwacht dat dit compromis de balans zoekt tussen consumentenbescherming en fiscale discipline.
De politieke overwegingen energiebeleid spelen een belangrijke rol bij deze ontwikkeling. Volledige afschaffing zou electoraal risicovol zijn, terwijl budgettaire druk en klimaatdoelen een afbouw rechtvaardigen. Het huidige besluit om 70 procent van de oorspronkelijke korting te behouden tot 2027, terwijl 30 procent wordt teruggedraaid, weerspiegelt deze politieke realiteit.
De herbestemming van vrijgekomen middelen naar openbaar vervoer suggereert dat beleidsmakers de accijnskorting willen omvormen tot een bredere mobiliteitsstrategie, waarbij fossiele brandstofsubsidie geleidelijk wordt vervangen door investeringen in duurzaam transport.
Veelgestelde vragen over accijnskorting brandstof
De verlenging van de accijnskorting tot 2027 roept bij veel automobilisten vragen op over de praktische gevolgen. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over de kortingsbedragen, de duur van de regeling en wat dit betekent voor verschillende typen brandstofgebruikers.
Veelgestelde vragen
Hoeveel korting krijg ik per liter brandstof in 2026?
Tot wanneer geldt de accijnskorting?
Verschilt de korting per brandstoftype?
Hoe verhoudt de huidige korting zich tot die van april 2022?
Wat betekent dit voor mijn jaarlijkse brandstofkosten?
Heeft dit gevolgen voor mijn belastingaangifte?
Conclusie: geleidelijke afbouw richting normale accijnstarieven
De verlenging van de accijnskorting brandstof 2026 verlenging tot 2027 markeert een belangrijke overgang van crisisbeleid naar structurele mobiliteitshervorming. Het Tweede Kamer-besluit van 27 november 2025 toont de politieke realiteit: volledige afschaffing is electoraal risicovol, maar budgettaire druk en klimaatdoelen vereisen een geleidelijke afbouw.
De beperking met 5,2 cent per liter benzine betekent dat automobilisten vanaf 2026 meer betalen aan de pomp, maar nog steeds profiteren van substantiële kortingen ten opzichte van normale accijnstarieven. Voor een gemiddelde automobilist betekent dit €62 extra per jaar, terwijl de besparing ten opzichte van normale tarieven nog altijd €126 per jaar bedraagt.
De herbestemming van 400 miljoen euro naar openbaar vervoer transformeert de maatregel van brandstofsubsidie naar mobiliteitsinvestering. Deze strategische keuze moet de politieke acceptatie verhogen en tegelijkertijd bijdragen aan klimaatdoelen door het stimuleren van collectief transport.
Met de definitieve afbouw per 1 januari 2027 keert Nederland terug naar normale accijnstarieven, bijna vijf jaar na de invoering tijdens de energiecrisis. De geleidelijke aanpak geeft consumenten en bedrijven tijd om zich aan te passen aan hogere brandstofkosten en alternatieven te zoeken.
Voor automobilisten is het advies om te anticiperen op de definitieve afschaffing in 2027 door zuiniger rijgedrag, gebruik van openbaar vervoer of overweging van elektrische alternatieven. De extra investeringen in openbaar vervoer moeten deze transitie ondersteunen en realistische alternatieven bieden voor autogebruik.
Bronnen
- 1Belastingplan 2026: naar een beter belastingstelselover-ons.belastingdienst.nl
- 2Belastingplan 2026: stappen naar een beter belastingstelselrijksoverheid.nl
- 3Plannen kabinet voor accijns, aanschafbelasting (bpm …rijksoverheid.nl
- 4Behandeling Pakket Belastingplan 2026 – Eerste Kamereerstekamer.nl
- 5Belastingplan 2026rijksfinancien.nl
- 6Belastingplan 2026belastingdienst.nl
- 7
- 8Belastingplan voor auto’s in 2026 – BGH Accountants & Adviseursbghaccountants.nl
- 9Brandstof wordt straks nóg duurder | Slimme bespaartipskampioen.anwb.nl
- 105.24 Verlengen verlaagde accijnstarieven voor ongelode benzine …rijksfinancien.nl
- 11
- 12