Samenvatting

  • De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) wordt per 2026 aangepast met strengere regels voor beleggingsvermogen dat wordt omgezet naar ondernemingsvermogen
  • Verhuurde onroerende zaken worden standaard als beleggingsvermogen aangemerkt en komen niet meer in aanmerking voor de BOR
  • Voor ondernemers die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd starten geldt vanaf 2026 een verlengde bezitstermijn van zeven jaar
  • De 5%-doelmatigheidsmarge wordt afgeschaft en herstructureringsregels worden versoepeld
  • Wijzigingen zijn bedoeld om misbruik tegen te gaan waarbij beleggingsvermogen werd verpakt als ondernemingsvermogen

De bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen ondergaat belangrijke wijzigingen die vooral gericht zijn op het tegengaan van misbruik. Vanaf 1 januari 2026 worden de regels aangescherpt voor vermogen dat wordt omgezet van beleggings- naar ondernemingsvermogen, met name voor verhuurde onroerende zaken.

De aanpassingen vormen onderdeel van een bredere herziening van de BOR, waarbij de overheid enerzijds misbruik wil tegengaan en anderzijds legitieme bedrijfsopvolging wil blijven ondersteunen. Volgens het wetsvoorstel aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kunnen deze maatregelen de belastinginkomsten met enkele honderden miljoenen euro’s verhogen, maar zullen ook het aantal BOR-aanvragen doen dalen.

Actueel
Gecontroleerd:

Belangrijkste wijzigingen BOR 2026: bezitstermijn en vermogensclassificatie

De bedrijfsopvolgingsregeling ondergaat vanaf 2024 tot en met 2026 ingrijpende wijzigingen. Het kabinet wil misbruik tegengaan terwijl echte bedrijfsopvolging ondersteund blijft. De aanpassingen beïnvloeden vooral ondernemers die later in hun loopbaan een bedrijf starten en eigenaren van verhuurde onroerende zaken.

Gefaseerde invoering van BOR wijzigingen
2024
Verhuurde onroerende zaken
Aan derden verhuurde onroerende zaken worden standaard als beleggingsvermogen aangemerkt
1 januari 2025
Afschaffing 5%-marge
De 5%-doelmatigheidsmarge voor beleggingsvermogen wordt volledig afgeschaft
1 januari 2026
Nieuwe bezitstermijn
Verlengde bezitstermijn van 7 jaar voor ondernemers die na AOW-leeftijd + 2 jaar zijn gestart
1 januari 2026
Herstructurering versoepeld
Bezits- en voortzettingseis worden versoepeld voor herstructureringen zonder wijziging gerechtigdheid
Gefaseerde invoering van BOR wijzigingen

De wijzigingen vormen een balanceringsact tussen anti-misbruikmaatregelen en ondersteuning van legitieme bedrijfsopvolging. Ondernemers moeten rekening houden met strengere eisen en langere wachttijden in bepaalde situaties.

Langere bezitstermijn voor ondernemers na AOW-leeftijd

Vanaf 2026 geldt een verlengde bezitstermijn van zeven jaar voor ondernemers die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd wijzigingen met hun onderneming zijn gestart. Deze maatregel richt zich op het tegengaan van constructies waarbij ouderen kort voor hun overlijden nog snel een bedrijf oprichten.

De nieuwe regel betekent concreet: start je na je 69e levensjaar (AOW-leeftijd plus twee jaar) met een onderneming, dan moet je zeven jaar wachten voordat de BOR kan worden toegepast. Dit is twee jaar langer dan de huidige standaard bezitstermijn van vijf jaar.

Let op
Let op: Deze regel geldt alleen voor nieuwe ondernemingen die na 2026 worden gestart. Bestaande bedrijven behouden hun huidige bezitstermijn van vijf jaar.

Rekenvoorbeeld: Een ondernemer die op 70-jarige leeftijd in 2027 een bedrijf start, kan pas vanaf 2034 gebruikmaken van de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen. Voor ondernemers die vóór hun 69e zijn gestart, blijft de vijfjarige bezitstermijn gelden.

Nieuwe regels voor beleggingsvermogen versus ondernemingsvermogen

Verhuurde onroerende zaken worden vanaf 2024 standaard als beleggingsvermogen aangemerkt en komen niet meer in aanmerking voor de BOR. Deze wijziging heeft directe gevolgen voor vastgoedbeleggers en ondernemers met verhuurportefeuilles.

De nieuwe classificatie betekent dat aan derden verhuurde panden automatisch buiten de BOR vallen, ongeacht of ze onderdeel zijn van een onderneming. Dit beïnvloedt vooral familiebedrijven in de vastgoedsector en ondernemers die naast hun operationele activiteiten verhuurde panden bezitten.

Informatie
Uitzonderingen blijven mogelijk voor verhuurde onroerende zaken die direct dienstbaar zijn aan de ondernemingsactiviteit, zoals bedrijfspanden die gedeeltelijk worden verhuurd aan eigen werknemers.

Praktijkvoorbeeld: Een transportbedrijf dat naast zijn operationele activiteiten drie panden verhuurt aan externe huurders, ziet deze panden vanaf 2024 geclassificeerd als beleggingsvermogen. Dit kan de BOR-toepassing op het gehele bedrijf blokkeren als het verhuurde vastgoed een substantieel deel van het totale vermogen vormt.

Voor vastgoedbeleggers heeft deze wijziging ook gevolgen voor de overdrachtsbelasting voor beleggingspanden, die vanaf 2026 wordt aangepast met nieuwe tariefstructuren.

Daarnaast wordt vanaf 2026 een wettelijke definitie van preferente aandelen opgenomen. Deze definitie moet duidelijkheid scheppen over welke aandelen wel of niet kwalificeren voor de BOR. Preferente aandelen met beperkte zeggenschap worden uitgesloten van de regeling.

Afschaffing 5%-doelmatigheidsmarge vanaf 2025

Per 1 januari 2025 wordt de 5%-doelmatigheidsmarge definitief afgeschaft. Deze marge stelde ondernemers in staat om tot 5% beleggingsvermogen in hun bedrijf aan te houden zonder dat dit de BOR-kwalificatie aantastte.

De afschaffing betekent dat ondernemingen vanaf 2025 volledig moeten bestaan uit ondernemingsvermogen om voor de BOR in aanmerking te komen. Elke vorm van beleggingsvermogen, hoe klein ook, kan de kwalificatie doen vervallen.

Tip
Ondernemers met gemengd vermogen kunnen tot eind 2024 nog gebruik maken van de 5%-marge. Na 2025 is herstructurering nodig om de BOR-kwalificatie te behouden.

Rekenvoorbeeld: Een bedrijf met een waarde van €2 miljoen kon tot 2024 nog €100.000 aan beleggingsvermogen bevatten (5% van €2 miljoen). Vanaf 2025 moet dit beleggingsvermogen volledig worden weggenomen om voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen te kwalificeren.

Bezitstermijn bedrijfsopvolging: gevolgen AOW-leeftijd en starttijdstip

De bezitstermijn vormt een belangrijke voorwaarde voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Vanaf 2026 hangt de vereiste bezitstermijn af van het moment waarop de ondernemer is gestart. Voor ondernemers die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd beginnen, geldt een langere bezitstermijn van zeven jaar in plaats van de huidige vijf jaar.

Deze wijziging beïnvloedt vooral ondernemers die na hun pensioenleeftijd nog een bedrijf starten. Het starttijdstip van de onderneming bepaalt welke regeling van toepassing is op de erfenis- of schenkingsbelasting.

Bepaling bezitstermijn afhankelijk van starttijdstip onderneming
Gestart vóór AOW-leeftijd + 2 jaar (69 jaar 3 maanden)?
Ja
Standaard bezitstermijn van 5 jaar
Nee
Verlengde bezitstermijn van 7 jaar
Bepaling bezitstermijn afhankelijk van starttijdstip onderneming

Standaard bezitstermijn versus verlengde termijn

Voor ondernemers die vóór hun AOW-leeftijd plus twee jaar zijn gestart, blijft de huidige bezitstermijn van vijf jaar gelden. Deze groep behoudt het bestaande regime zonder aanpassingen in de bezitsvereisten.

Ondernemers die later starten, krijgen te maken met een verlengde bezitstermijn van zeven jaar. Deze maatregel moet voorkomen dat de BOR wordt gebruikt voor kortetermijn fiscale optimalisatie door gepensioneerde ondernemers.

Informatie
De AOW-leeftijd ligt momenteel op 67 jaar en 3 maanden. Voor de bezitstermijn telt dus het moment waarop iemand 69 jaar en 3 maanden wordt als grens voor de standaard versus verlengde termijn.

Praktische uitwerking: Een ondernemer geboren in 1960 bereikt zijn AOW-leeftijd in 2027. Tot 2029 geldt voor hem nog de standaard bezitstermijn van vijf jaar. Start hij daarna een bedrijf, dan geldt de verlengde bezitstermijn van zeven jaar voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen.

Berekening starttijdstip onderneming

Het starttijdstip van de onderneming bepaalt welke bezitstermijn geldt. Voor bestaande ondernemingen telt de datum waarop de ondernemer daadwerkelijk begon met ondernemen, niet het moment van formele inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Bij overnames of deelnames in bestaande ondernemingen geldt het moment waarop de ondernemer zijn belang verwierf. Voor geleidelijke uitbreiding van een belang telt het eerste moment van deelname, mits er sprake is van continuïteit in de ondernemingsactiviteiten.

Let op
Herstructureringen leiden vanaf 2026 niet meer automatisch tot een nieuwe bezitstermijn. De gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen mag echter niet wijzigen om van deze versoepeling te profiteren.

Praktische gevolgen voor late ondernemers

Late starters moeten hun successieplanning aanpassen aan de langere bezitstermijn. Dit betekent dat overdracht van het bedrijf aan kinderen of kleinkinderen later mogelijk wordt, wat gevolgen heeft voor de zelfstandigenaftrek voor ondernemers en andere fiscale voordelen.

Voor ondernemers die rond hun pensioenleeftijd een bedrijf starten, wordt het aantrekkelijker om dit vóór de kritieke leeftijdsgrens te doen. Dit kan leiden tot vervroegde beslissingen over ondernemerschap of aanpassingen in de timing van bedrijfsovernames.

Tip
Ondernemers die dicht bij de AOW-leeftijd plus twee jaar zitten, kunnen overwegen hun ondernemingsstart te vervroegen om onder de standaard bezitstermijn te vallen. Professioneel fiscaal advies is hierbij belangrijk.

Financiële impact: Voor een bedrijf ter waarde van €1 miljoen betekent de verlengde bezitstermijn dat de erfbelasting twee jaar langer niet kan worden vermeden. Bij een erfbelastingtarief van 20% gaat het om €200.000 die langer niet kan worden bespaard via de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen.

Herstructurering en voortzettingseis: versoepeling vanaf 2026

De bedrijfsopvolgingsregeling wordt vanaf 2026 flexibeler voor ondernemers die hun bedrijfsstructuur willen aanpassen. Waar voorheen elke juridische wijziging de bezitstermijn kon resetten, biedt de nieuwe wetgeving meer ruimte voor strategische herstructureringen zonder verlies van fiscale voordelen.

Versoepeling van herstructureringsregels vanaf 2026
Voor 2026
Verandering rechtsvorm = nieuwe bezitstermijn
Strikte bezits- en voortzettingseis
Herstructurering vaak problematisch voor BOR
Juridische structuurwijziging reset termijn
Vanaf 2026
Rechtsvormwijziging behoudt bezitstermijn
Versoepelde bezits- en voortzettingseis
Herstructurering expliciet mogelijk
Gerechtigdheid blijft = termijn blijft
Versoepeling van herstructureringsregels vanaf 2026

Nieuwe regels voor juridische structuurwijzigingen

Vanaf 2026 leidt een verandering in juridische structuur of rechtsvorm niet meer automatisch tot een nieuwe bezitstermijn. Deze wijziging biedt ondernemers meer flexibiliteit bij bedrijfsoptimalisatie. Een eenmanszaak die wordt omgezet naar een BV, of een BV die fuseert met een andere onderneming, kan de opgebouwde bezitstermijn behouden.

De belangrijke voorwaarde is dat de gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen niet mag wijzigen. Dit betekent dat dezelfde persoon of personen uiteindelijk eigenaar moeten blijven van het bedrijf. Bij een omzetting van eenmanszaak naar BV moet de ondernemer bijvoorbeeld alle aandelen behouden om de bezitstermijn voort te zetten.

Informatie
Belangrijk: De nieuwe regels gelden alleen voor herstructureringen waarbij de economische eigendom niet wijzigt. Bij verkoop van aandelen aan derden begint de bezitstermijn opnieuw.

Deze versoepeling sluit aan bij administratieve verplichtingen MKB die ondernemers meer ruimte geven voor structuuroptimalisatie. Volgens PwC-analyses helpt deze wijziging vooral MKB-ondernemers die hun bedrijf willen professionaliseren zonder fiscale nadelen.

Behoud van bezitstermijn bij herstructurering

De praktische uitwerking van de nieuwe regels biedt concrete mogelijkheden voor bedrijfsoptimalisatie. Een ondernemer die vijf jaar geleden een eenmanszaak startte, kan deze nu omzetten naar een BV zonder dat de bezitstermijn opnieuw begint te lopen. Voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen telt de BV dan als vijf jaar oud, niet als nieuw opgericht.

Ook bij fusies en splitsingen blijft de bezitstermijn behouden, mits de gerechtigdheid niet wijzigt. Een familiebedrijf dat activiteiten splitst over meerdere BV’s kan de opgebouwde bezitstermijn meenemen naar de nieuwe structuur. Dit biedt meer mogelijkheden voor successieplanning binnen ondernemende families.

Tip
Overweeg herstructurering vóór 2026 goed: onder de huidige regels reset de bezitstermijn wel bij juridische wijzigingen. Na 2026 biedt de wet meer flexibiliteit.

Praktijkvoorbeeld: Een familiebedrijf dat sinds 2020 actief is, kan in 2027 worden gesplitst in een holding en operationele BV zonder dat de bezitstermijn opnieuw begint. Voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen geldt dan nog steeds 2020 als startdatum.

Voorwaarden voor voortzettingseis

Naast de bezitstermijn wordt ook de voortzettingseis versoepeld voor herstructureringen. Deze eis houdt in dat de verkrijger het bedrijf moet voortzetten om voor de BOR in aanmerking te komen. Vanaf 2026 geldt deze eis ook bij structuurwijzigingen als minder strikt.

De implementatie belastingplan 2026 voorziet in duidelijke richtlijnen voor deze versoepeling. De Belastingdienst werkt aan praktische uitvoeringsregels die ondernemers helpen bij het toepassen van de nieuwe mogelijkheden.

Let op
Let op: De versoepeling geldt alleen voor echte bedrijfsherstructureringen. Constructies die primair gericht zijn op belastingvoordeel blijven uitgesloten van de BOR.

Voor ondernemers betekent dit meer strategische mogelijkheden. Een bedrijf kan worden gesplitst voor risicomanagement, gefuseerd voor schaalvoordelen, of omgezet naar een andere rechtsvorm voor fiscale optimalisatie. De opgebouwde bezitstermijn blijft behouden, waardoor de bedrijfsopvolgingsregeling toegankelijk blijft bij toekomstige overdracht aan de volgende generatie.

Beleggingsvermogen naar ondernemingsvermogen: classificatie en gevolgen

De fiscale classificatie van vermogen bepaalt in belangrijke mate of ondernemers aanspraak kunnen maken op de bedrijfsopvolgingsregeling. Vanaf 2024 hanteert de Belastingdienst strengere criteria voor het onderscheid tussen beleggings- en ondernemingsvermogen. Deze verscherping heeft directe gevolgen voor de BOR-toepassing en beïnvloedt vooral ondernemers met vastgoedportefeuilles.

Classificatie bepaalt BOR-geschiktheid
Huidige situatie
Na hervormingen
BOR-geschiktheid
Geen BOR mogelijk
BOR-geschiktheid
BOR van toepassing
Voorbeeld
Verhuurde onroerende zaken aan derden
Voorbeeld
Actief gebruikt bedrijfsmiddel (1225+ uur/jaar)
Doel
Passief inkomen genereren
Doel
Actieve ondernemingsactiviteit
Criteria
5%-marge afgeschaft per 2025
Criteria
Directe bijdrage aan bedrijfsvoering
Classificatie bepaalt BOR-geschiktheid

Criteria voor ondernemingsvermogen

Voor ondernemingsvermogen gelden vanaf 2024 aangescherpte eisen. Vermogen kwalificeert alleen als ondernemingsvermogen wanneer het direct bijdraagt aan de bedrijfsvoering en niet primair als belegging fungeert. De Belastingdienst beoordeelt dit aan de hand van concrete activiteiten en betrokkenheid bij het vermogensobject.

Informatie
Belangrijk: De 5%-doelmatigheidsmarge wordt per 1 januari 2025 volledig afgeschaft. Dit betekent dat ook kleine beleggingscomponenten binnen een onderneming de BOR-toepassing kunnen blokkeren.

Actieve betrokkenheid bij vermogensbeheer is belangrijk geworden. Ondernemers moeten aantonen dat zij substantiële tijd en energie investeren in het beheer van hun vermogen. Passief vermogensbeheer, zoals het verhuren van onroerend goed zonder verdere activiteiten, valt doorgaans onder beleggingsvermogen.

Concrete criteria voor ondernemingsvermogen:

  • Directe bijdrage aan bedrijfsvoering
  • Actieve betrokkenheid van de ondernemer (minimaal 1225 uur per jaar)
  • Geen primair beleggingskarakter
  • Operationele behoefte voor de onderneming

Verhuurde onroerende zaken als beleggingsvermogen

Aan derden verhuurde onroerende zaken worden vanaf 2024 standaard als beleggingsvermogen aangemerkt. Deze wijziging treft vooral ondernemers die naast hun operationele activiteiten vastgoed verhuren. Het maakt daarbij niet uit of de verhuur historisch onderdeel was van de ondernemingsactiviteiten.

Let op
Let op: Ook vastgoed dat voorheen kwalificeerde als ondernemingsvermogen kan door deze wijziging onder beleggingsvermogen vallen. Dit heeft directe gevolgen voor de BOR-toepassing op de gehele onderneming.

De nieuwe regels kennen beperkte uitzonderingen. Verhuur aan eigen werknemers of verhuur die nauw samenhangt met de kernactiviteiten van de onderneming kan mogelijk nog als ondernemingsvermogen kwalificeren. De Belastingdienst beoordeelt dit per situatie, waarbij de economische realiteit doorslaggevend is.

Rekenvoorbeeld: Een productiebedrijf met een waarde van €3 miljoen heeft €500.000 aan verhuurde panden. Deze €500.000 wordt vanaf 2024 als beleggingsvermogen aangemerkt. Voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen kwalificeert dan alleen het operationele deel van €2,5 miljoen.

Voor ondernemers met gemengde portefeuilles ontstaat een uitdagende situatie. Wanneer beleggingsvermogen een substantieel deel uitmaakt van het totale vermogen, kan dit de BOR-toepassing op het gehele bedrijf blokkeren. Dit beïnvloedt vooral familiebedrijven met historisch gegroeide vastgoedposities.

Overgangsregelingen en implementatie

Voor bestaande structuren gelden beperkte overgangsregelingen. Ondernemers die vóór 2024 hun vermogensstructuur hebben ingericht volgens de oude regels, moeten deze aanpassen aan de nieuwe criteria. De Belastingdienst heeft aangegeven dat de nieuwe regels direct van toepassing zijn vanaf de inwerkingtreding.

Tip
Praktisch advies: Ondernemers met verhuurde onroerende zaken kunnen overwegen deze af te splitsen in een aparte entiteit. Dit voorkomt dat beleggingsvermogen de BOR-toepassing op operationele activiteiten blokkeert.

De implementatie van deze regels heeft gevolgen voor de box 3 vermogensbelasting, omdat vermogen dat niet meer kwalificeert als ondernemingsvermogen mogelijk onder box 3 valt. Dit kan leiden tot een hogere fiscale druk op het betreffende vermogen.

Financiële impact: Voor een ondernemer met €200.000 beleggingsvermogen betekent de overgang naar box 3 een jaarlijkse belastingdruk van ongeveer €6.000 (3% rendementsheffing over €200.000). Dit maakt herstructurering financieel aantrekkelijk voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen.

Praktische implementatie en overgangsperiode

De wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregeling vereisen zorgvuldige implementatie en bieden ondernemers een beperkte overgangsperiode om hun structuren aan te passen. De gefaseerde invoering tussen 2024 en 2026 geeft ruimte voor planning, maar vereist ook tijdige actie.

Tijdlijn implementatie wijzigingen

2024: Verhuurde onroerende zaken worden standaard als beleggingsvermogen aangemerkt 2025: Afschaffing 5%-doelmatigheidsmarge per 1 januari 2026: Invoering verlengde bezitstermijn en herstructureringsversoepeling per 1 januari

Voor lopende BOR-procedures gelden overgangsregelingen. Aanvragen die vóór de inwerkingtreding zijn ingediend, worden beoordeeld volgens de oude regels. Dit biedt ondernemers die al in een opvolgingsproces zitten enige zekerheid.

Actiepunten voor ondernemers

Ondernemers moeten hun huidige structuur analyseren op de nieuwe criteria voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen:

  1. Inventarisatie vermogenssamenstelling: Bepaal welk vermogen als beleggingsvermogen wordt aangemerkt
  2. Herstructureringsopties: Onderzoek mogelijkheden voor afsplitsing van beleggingsvermogen
  3. Timing optimalisatie: Plan eventuele bedrijfsstarts vóór kritieke leeftijdsgrenzen
  4. Juridische aanpassingen: Bereid structuurwijzigingen voor die profiteren van de herstructureringsversoepeling
Let op
Deadline alert: Ondernemers met beleggingsvermogen hebben tot eind 2024 om gebruik te maken van de 5%-doelmatigheidsmarge. Daarna is volledige scheiding vereist.

Veelgestelde vragen over BOR wijzigingen 2026

De wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregeling roepen bij ondernemers veel praktische vragen op. Vooral de nieuwe bezitstermijnen, herstructureringsmogelijkheden en vermogensclassificatie vereisen duidelijkheid voor een goede planning.

Belangrijkste aandachtspunten voor bedrijfsopvolging
Controleer classificatie van verhuurde onroerende zaken (standaard beleggingsvermogen vanaf 2024)
Bereken nieuwe bezitstermijn: 7 jaar bij start na AOW-leeftijd + 2 jaar
Plan herstructurering vanaf 2026 (bezitstermijn blijft behouden)
Maak gebruik van 5%-doelmatigheidsmarge vóór afschaffing per 1 januari 2025
Analyseer vermogenssamenstelling op beleggingscomponenten
Belangrijkste aandachtspunten voor bedrijfsopvolging

Veelgestelde vragen

Geldt de verlengde bezitstermijn voor alle ondernemers die na hun AOW-leeftijd starten?
Nee, alleen voor ondernemers die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd met de onderneming beginnen. Start je binnen twee jaar na je AOW-leeftijd, dan blijft de huidige bezitstermijn van vijf jaar gelden. Voor late starters wordt de bezitstermijn verlengd tot zeven jaar voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen.
Kan ik mijn BV nog omzetten naar een VOF zonder de bezitstermijn opnieuw te laten beginnen?
Vanaf 2026 wel, mits je gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen niet wijzigt. Een verandering in juridische structuur of rechtsvorm leidt dan niet meer automatisch tot een nieuwe bezitstermijn. Dit geldt ook voor fusies, splitsingen en andere herstructureringen.
Valt mijn verhuurde bedrijfspand nog onder de BOR?
Dat hangt af van het gebruik. Verhuur je aan derden, dan wordt het pand standaard als beleggingsvermogen aangemerkt en valt het niet meer onder de BOR. Verhuur je aan je eigen onderneming of gebruik je het pand zelf voor bedrijfsactiviteiten, dan kan het nog wel kwalificeren als ondernemingsvermogen.
Wat gebeurt er met de 5%-doelmatigheidsmarge?
Deze wordt afgeschaft per 1 januari 2025. Beleggingsvermogen dat nu nog onder deze marge valt, moet dan volledig worden weggenomen uit het ondernemingsvermogen om voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen in aanmerking te komen.
Kan ik nog financiering aantrekken voor een bedrijfsovername onder de nieuwe regels?
Ja, maar de voorwaarden voor [financiering bedrijfsopvolging](/mkb-borgstellingsregeling-hervorming-2025-nieuwe-voorwaarden) zijn wel aangescherpt. De herstructureringsversoepeling vanaf 2026 kan juist meer mogelijkheden bieden voor uitdagende overnamefinancieringen.
Wanneer treden alle wijzigingen in werking?
De meeste wijzigingen gelden vanaf 1 januari 2026. De afschaffing van de 5%-doelmatigheidsmarge treedt eerder in werking, per 1 januari 2025. Voor lopende procedures gelden overgangsregelingen.
Moet ik mijn bedrijfsstructuur aanpassen voor 2026?
Dat hangt af van je specifieke situatie. Heb je verhuurde onroerende zaken of beleggingsvermogen in je onderneming, dan is herstructurering waarschijnlijk nodig. Vooral ondernemers met gemengd vermogen moeten actie ondernemen voor de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen.
Let op
Let op: De exacte uitwerking van sommige wijzigingen wordt nog vastgesteld in uitvoeringsbesluiten. Raadpleeg tijdig een fiscaal adviseur om de gevolgen voor jouw specifieke situatie te beoordelen.

Conclusie en actiepunten

De wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen maken de regeling selectiever en uitdagender. Ondernemers moeten tijdig actie ondernemen om hun fiscale positie te optimaliseren en te voldoen aan de nieuwe eisen.

Belangrijkste gevolgen samengevat

  1. Verlengde bezitstermijn: Late starters (na AOW-leeftijd plus twee jaar) moeten zeven jaar wachten in plaats van vijf jaar
  2. Strengere vermogensclassificatie: Verhuurde onroerende zaken vallen automatisch onder beleggingsvermogen
  3. Afschaffing doelmatigheidsmarge: Vanaf 2025 is volledige scheiding van beleggings- en ondernemingsvermogen vereist
  4. Herstructureringsversoepeling: Vanaf 2026 meer flexibiliteit bij juridische structuurwijzigingen

Concrete actiepunten voor ondernemers

Voor eind 2024:

  • Analyseer huidige vermogenssamenstelling op beleggingscomponenten
  • Maak gebruik van laatste mogelijkheid voor 5%-doelmatigheidsmarge
  • Overweeg afsplitsing van verhuurde onroerende zaken

Voor 2026:

  • Plan eventuele herstructureringen die profiteren van nieuwe flexibiliteit
  • Ondernemers dicht bij AOW-leeftijd: overweeg vervroegde bedrijfsstart
  • Bereid juridische structuurwijzigingen voor zonder verlies van bezitstermijn

Langetermijn planning:

  • Pas successieplanning aan op nieuwe bezitstermijnen
  • Integreer BOR-wijzigingen in estate planning
  • Monitor verdere ontwikkelingen in wetgeving

De bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen vereist proactieve planning en professioneel advies. Ondernemers die tijdig handelen, kunnen de nadelige gevolgen beperken en profiteren van de nieuwe mogelijkheden die de herstructureringsversoepeling biedt.

Tip
Start nu met de analyse van je bedrijfsstructuur. De overgangsperiode biedt nog mogelijkheden voor optimalisatie, maar de tijd dringt voor belangrijke beslissingen over de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 bezitstermijn beleggingsvermogen.

Bronnen

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
    Beleggingsvermogen en bedrijfsopvolgingjongbloed-fiscaaljuristen.nl
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12