Samenvatting

  • Vanaf juli 2026 moeten grote EU-bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en jaarlijkse omzet boven €450 miljoen rapporteren over vernietiging van onverkochte consumentenproducten
  • Bedrijven zijn verplicht transparantie-informatie te publiceren op hun website over weggegoide voedsel, kleding en andere producten
  • Het standaard rapportageformaat wordt naar verwachting verplicht vanaf maart 2027
  • Specifiek verbod op vernietiging van onverkochte kleding en schoeisel treedt in werking per januari 2026
  • Overtredingen kunnen leiden tot boetes tot 4% van de jaarlijkse wereldwijde omzet

De Europese Unie introduceert vanaf 2026 nieuwe transparantievereisten voor grote bedrijven om voedselverspilling en productvernietiging tegen te gaan. De EU Unsold Consumer Products Disclosure Regulation 2026 verplicht ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van naar verwachting rond €450 miljoen om publiekelijk te rapporteren over de vernietiging van onverkochte consumentenproducten.

De regelgeving markeert een belangrijke verschuiving naar transparantie in de circulaire economie. Bedrijven moeten vanaf juli 2026 gedetailleerde informatie publiceren over weggegoide voedsel, kleding, elektronica en andere producten. Voor de textielsector geldt vanaf januari 2026 een volledig verbod op het vernietigen van onverkochte kleding en schoeisel.

Actueel
Gecontroleerd:
Kernpunten van de ESPR wetgeving
1
Bedrijven met >1.000 werknemers en >€450 miljoen omzet
2
Jaarlijks rapporteren over weggegoide onverkochte consumentenproducten
3
Publicatie op website, 5 jaar bewaren
4
Verplicht vanaf maart 2027
5
Alle sectoren, vooral textiel, elektronica en voeding
6
Onderdeel van circulaire economie strategie

Wat is de EU Unsold Consumer Products Disclosure Regulation 2026

De EU Unsold Consumer Products Disclosure Regulation 2026 (ESPR) verplicht grote bedrijven vanaf juli 2026 om transparant te rapporteren over weggegoide onverkochte consumentenproducten. Deze wetgeving richt zich op bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van meer dan €450 miljoen.

De ESPR introduceert een jaarlijkse rapportageverplichting waarbij bedrijven moeten documenteren hoeveel onverkochte producten zij vernietigen, hergebruiken of recyclen. Bedrijven moeten deze transparantie-informatie publiceren op hun website en vijf jaar bewaren. Vanaf maart 2027 wordt een gestandaardiseerd rapportageformaat verplicht.

Informatie
De ESPR geldt voor alle sectoren, maar heeft bijzondere impact op de textiel-, elektronica- en voedingsindustrie waar productvernietiging wijdverbreid is.

Doelstellingen en achtergrond van de ESPR

De ESPR vormt onderdeel van de EU Green Deal en het streven naar een circulaire economie. Het hoofddoel is het terugdringen van voedselverspilling en andere vormen van productvernietiging door transparantie af te dwingen. Bedrijven moeten rapporteren over aantallen en gewicht van weggegoide producten, hergebruik- en recyclingpercentages, redenen voor vernietiging en preventiemaatregelen.

De Europese Commissie moet uiterlijk juli 2027 geconsolideerde informatie publiceren over productvernietiging in de EU. Deze data vormt de basis voor toekomstig beleid en mogelijke aanscherpingen van de regelgeving.

Een specifiek element is het verbod op vernietiging van onverkochte kleding en schoeisel vanaf juli 2026. Dit verbod geldt parallel aan de rapportageverplichtingen en markeert een verschuiving van transparantie naar directe interventie.

Verschil met andere EU duurzaamheidsregels

De ESPR onderscheidt zich van andere EU-wetgeving door de focus op productvernietiging in plaats van algemene duurzaamheidsrapportage. Waar de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) brede ESG-rapportage vereist, concentreert de ESPR zich specifiek op onverkochte producten.

Ook verschilt de ESPR van DSA transparantieverslagen die zich richten op digitale platforms en content moderatie. De ESPR behelst fysieke productstromen en supply chain management.

Let op
Bedrijven die onder meerdere EU-rapportageverplichtingen vallen, moeten verschillende rapportageformaten en deadlines hanteren. Coördinatie tussen compliance teams wordt belangrijk.

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) vereist due diligence in de gehele waardeketen, terwijl de ESPR zich beperkt tot het eindpunt van de productlevenscyclus. Deze complementaire aanpak creëert een volledig beeld van bedrijfsimpact op duurzaamheid.

Welke bedrijven vallen onder de rapportageverplichting

De EU Unsold Consumer Products Disclosure Regulation 2026 richt zich specifiek op grote ondernemingen die een substantiële impact hebben op de Europese markt. De regelgeving hanteert strikte drempelwaarden om te bepalen welke bedrijven onder de rapportageverplichting vallen. Voor Nederlandse bedrijven betekent dit dat zij hun bedrijfsstructuur en internationale activiteiten zorgvuldig moeten evalueren.

Beide criteria moeten worden voldaan voor rapportageplicht
Meer dan 1.000 werknemers (voltijdsequivalenten)
Jaarlijkse omzet van meer dan €450 miljoen
Actief in de Europese Unie
Verkoop van consumentenproducten
Criteria gelden voor gehele ondernemingsgroep
Beide criteria moeten worden voldaan voor rapportageplicht

De nieuwe transparantie-eisen gelden niet alleen voor bedrijven die direct in de EU gevestigd zijn, maar ook voor internationale ondernemingen die significante activiteiten binnen de Europese markt ontplooien. Dit heeft belangrijke gevolgen voor Nederlandse multinationals en hun dochterondernemingen wereldwijd.

Drempelwaarden voor grote ondernemingen

Bedrijven vallen onder de rapportageverplichting wanneer zij voldoen aan beide criteria: meer dan 1.000 werknemers in dienst hebben én een jaarlijkse omzet van meer dan €450 miljoen realiseren. Deze dubbele drempel zorgt ervoor dat alleen werkelijk grote ondernemingen onder de regeling vallen.

Informatie
De werknemersaantallen worden berekend op basis van voltijdsequivalenten (VTE) over het gehele kalenderjaar. Seizoensarbeid en tijdelijke contracten tellen mee in deze berekening.

Voor Nederlandse bedrijven is het belangrijk om te begrijpen dat deze criteria gelden voor de gehele ondernemingsgroep, inclusief dochterondernemingen en geconsolideerde entiteiten. Een Nederlands moederbedrijf met 800 werknemers kan alsnog onder de regeling vallen als de totale groep, inclusief buitenlandse dochters, boven de 1.000 werknemers uitkomt.

De omzetdrempel van €450 miljoen wordt berekend op basis van de geconsolideerde jaarrekening. Voor bedrijven die actief zijn in verschillende grote bedrijven regelgeving sectoren, telt de totale omzet van alle activiteiten mee. Dit betekent dat diversificatie geen ontsnapping biedt aan de rapportageverplichting.

Sectoren en productcategorieën

De regelgeving is van toepassing op alle sectoren die consumentenproducten produceren, importeren of distribueren. Dit omvat textiel en schoeisel, elektronica en huishoudelijke apparaten, cosmetica en persoonlijke verzorgingsproducten, speelgoed en vrijetijdsartikelen, en huishoudelijke artikelen en meubels.

Let op
Bedrijven in de voedingssector vallen vooralsnog buiten de scope van de ESPR 2026. De Europese Commissie evalueert mogelijk uitbreiding naar voedselproducten in een latere fase.

Voor strategische technologiesectoren gelden aanvullende overwegingen. Bedrijven die actief zijn in groene technologieën en duurzame innovatie moeten rekening houden met overlappende EU-regelgeving die hun rapportageverplichtingen kan beïnvloeden.

De definitie van ‘consumentenproducten’ is breed geformuleerd en omvat alle goederen die bestemd zijn voor eindgebruikers, ongeacht het distributiekanaal. Dit betekent dat zowel B2C- als B2B-bedrijven onder de regeling kunnen vallen, zolang hun producten uiteindelijk bij consumenten terechtkomen.

Nederlandse bedrijven die actief zijn in de e-commerce sector moeten bijzondere aandacht besteden aan hun productcategorieën. Online marktplaatsen en retailers die een breed assortiment voeren, kunnen onder meerdere productcategorieën vallen en moeten daarom uitgebreide rapportages opstellen.

Tip
Bedrijven die twijfelen over hun status kunnen contact opnemen met de Nederlandse Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor duidelijkheid over de toepasselijkheid van de regelgeving.

Dochterondernemingen van grote internationale groepen vallen automatisch onder de rapportageverplichting, ook als zij zelfstandig niet aan de drempelwaarden voldoen. Dit heeft belangrijke gevolgen voor Nederlandse vestigingen van multinationals, die mogelijk nieuwe rapportagesystemen moeten implementeren om te voldoen aan de groepsrapportage.

Rapportageverplichtingen en transparantie-eisen vanaf juli 2026

Vanaf juli 2026 moeten grote bedrijven uitgebreide transparantie bieden over hun weggegoide onverkochte consumentenproducten. De rapportageverplichtingen gaan verder dan alleen cijfers – bedrijven moeten ook inzicht geven in hun preventiemaatregelen en de redenen achter productvernietiging.

Het volledige rapportageproces in vijf stappen
1
Data verzamelen
Registreer aantal en gewicht weggegoide producten per productcategorie vanaf juli 2026
2
Analyse uitvoeren
Bepaal hergebruik/recycling percentages en redenen voor vernietiging
3
Rapport opstellen
Gebruik standaard rapportageformaat (verplicht vanaf maart 2027)
4
Website publicatie
Publiceer transparantie-informatie op bedrijfswebsite jaarlijks
5
Documentatie bewaren
Bewaar alle documentatie gedurende vijf jaar
Het volledige rapportageproces in vijf stappen

De nieuwe transparantie-eisen vormen een belangrijke verschuiving naar meer openheid over bedrijfsvoering. Waar eerder veel informatie intern bleef, moeten ondernemingen nu publiekelijk verantwoording afleggen over hun omgang met onverkochte voorraad.

Wat bedrijven moeten rapporteren over weggegoide producten

Bedrijven die onder de rapportageverplichting vallen, moeten jaarlijks gedetailleerde informatie verstrekken over hun weggegoide onverkochte consumentenproducten. De rapportage-elementen omvatten zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens.

Het aantal en gewicht van weggegoide producten vormen de kern van de rapportage. Bedrijven moeten deze cijfers per productcategorie specificeren en aangeven welk percentage van de weggegoide producten werd hergebruikt of gerecycled. Deze data geeft inzicht in de werkelijke omvang van productverspilling binnen grote ondernemingen.

Informatie
Bedrijven moeten niet alleen rapporteren hoeveel ze weggooien, maar ook waarom. De redenen voor productvernietiging moeten expliciet worden toegelicht in de rapportage.

Naast de cijfers moeten bedrijven de redenen voor het weggooien van producten toelichten. Dit kan variëren van kwaliteitsproblemen tot seizoensgebonden overstock. Belangrijk is dat ondernemingen ook hun preventiemaatregelen moeten beschrijven – welke stappen nemen ze om toekomstige verspilling te voorkomen?

De rapportageverplichtingen sluiten aan bij bredere transparantie-eisen organisaties die de EU de laatste jaren heeft ingevoerd. Net als bij andere meldplicht implementaties ligt de nadruk op proactieve informatieverstrekking door bedrijven.

Website-publicatie en documentatiebewaring

Transparantie betekent in dit geval ook publieke toegankelijkheid. Bedrijven moeten de rapportage-informatie over weggegoide producten publiceren op hun bedrijfswebsite. Deze verplichting zorgt ervoor dat consumenten, investeerders en toezichthouders direct toegang hebben tot de gegevens.

De website-publicatie moet binnen een redelijke termijn na het opstellen van de rapportage plaatsvinden. De Europese Commissie heeft aangegeven dat bedrijven de informatie duidelijk vindbaar moeten maken op hun website, bij voorkeur in een aparte sectie over duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Tip
Bedrijven kunnen de website-publicatie gebruiken als kans om hun duurzaamheidsinspanningen te benadrukken. Door preventiemaatregelen prominent te vermelden, kunnen ze hun reputatie versterken.

Voor documentatiebewaring geldt een bewaartermijn van vijf jaar. Dit is een verkorting ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van tien jaar. Bedrijven moeten alle onderliggende documenten en berekeningen bewaren die ten grondslag liggen aan hun rapportage.

Een belangrijke vereenvoudiging is het wegvallen van de verplichting voor beperkte zekerheid over de rapportagegegevens. Bedrijven hoeven hun cijfers niet meer te laten controleren door een externe accountant, wat de administratieve lasten vermindert.

Standaard rapportageformaat vanaf maart 2027

Vanaf maart 2027 wordt het gebruik van een standaard rapportageformaat verplicht. De Europese Commissie ontwikkelt momenteel dit gestandaardiseerde format om vergelijkbaarheid tussen bedrijven te waarborgen.

Het standaardformaat zal naar verwachting digitale invulvelden bevatten voor alle verplichte rapportage-elementen. Bedrijven kunnen dan niet meer kiezen voor hun eigen rapportage-indeling, maar moeten de voorgeschreven structuur volgen.

Let op
Bedrijven hebben slechts acht maanden tussen de inwerkingtreding in juli 2026 en de verplichting van het standaardformaat in maart 2027. Vroege voorbereiding op het nieuwe format is daarom noodzakelijk.

De gestandaardiseerde rapportage maakt het ook mogelijk voor de Europese Commissie om geconsolideerde informatie te publiceren. Uiterlijk 19 juli 2027 moet de Commissie een overzicht publiceren van alle gerapporteerde gegevens over productvernietiging binnen de EU.

Deze geaggregeerde data zal naar verwachting gebruikt worden voor verdere beleidsontwikkeling en mogelijk voor aanscherping van de regelgeving. Bedrijven dragen dus niet alleen bij aan transparantie, maar ook aan de kennisbasis voor toekomstig EU-beleid rond circulaire economie.

Verbod op vernietiging van kleding en schoeisel

Vanaf juli 2026 geldt een expliciet verbod op het vernietigen van onverkochte kleding en schoeisel binnen de EU. Deze maatregel vormt een van de meest concrete onderdelen van de nieuwe transparantiewetgeving en richt zich specifiek op de mode-industrie, waar jaarlijks miljarden euro’s aan onverkochte producten worden weggegooid.

Belangrijkste veranderingen voor de textielindustrie vanaf juli 2026
Voor juli 2026
Vrije vernietiging van onverkochte kleding
Geen rapportageverplichting
Beperkte transparantie over afvalstromen
Geen documentatieplicht
Vanaf juli 2026
Verbod op vernietiging kleding en schoeisel
Verplichte jaarlijkse rapportage
Publieke transparantie-informatie op website
Vijf jaar documentatie bewaren
Boetes tot 4% van wereldwijde omzet
Belangrijkste veranderingen voor de textielindustrie vanaf juli 2026

Het verbod geldt voor alle bedrijven die onder de rapportageverplichting vallen – ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van minimaal €450 miljoen. Voor kleinere modebedrijven gelden de rapportageverplichtingen niet, maar het vernietigingsverbod kan wel van toepassing zijn via nationale implementatie.

Let op
Let op: Het verbod geldt uitsluitend voor kleding en schoeisel. Andere textielproducten zoals huishoudtextiel of technische textiel vallen niet onder deze specifieke beperking, wel onder de algemene rapportageverplichtingen.

Scope van het vernietigingsverbod

Het verbod behelst alle vormen van opzettelijke vernietiging van onverkochte mode-artikelen, inclusief verbranding, storten op vuilnisbelten en chemische afbraak. Bedrijven mogen deze producten niet langer als afval behandelen wanneer ze nog geschikt zijn voor gebruik.

Uitzonderingen gelden voor producten die een veiligheidsrisico vormen, zoals kleding met gevaarlijke chemische stoffen of schoeisel met structurele gebreken. Ook producten die door externe factoren beschadigd zijn – bijvoorbeeld door brand of overstroming – vallen buiten het verbod.

De regelgeving sluit aan bij bredere EU ontwerpregelgeving die ontwerpers stimuleert om duurzaamheid vanaf de ontwerpfase in te bouwen. Dit beïnvloedt ook hoe bedrijven omgaan met intellectuele eigendom bij hergebruik van ontwerpen.

Alternatieven voor onverkochte mode-artikelen

Bedrijven krijgen verschillende opties voor het verantwoord omgaan met onverkochte voorraad. Donatie aan goede doelen staat bovenaan de lijst van toegestane alternatieven, gevolgd door doorverkoop via outlet-kanalen of tweede-hands platforms.

Tip
Recycling wordt expliciet genoemd als toegestane optie, maar alleen wanneer de producten niet meer geschikt zijn voor hergebruik in hun oorspronkelijke vorm. Bedrijven moeten aantonen dat hergebruik niet mogelijk is.

Hergebruik binnen de eigen organisatie – bijvoorbeeld als werkkleding of promotiemateriaal – valt ook onder de toegestane alternatieven. Sommige bedrijven onderzoeken mogelijkheden om onverkochte items om te vormen tot nieuwe producten, wat juridisch als hergebruik wordt beschouwd.

De impact op de mode-industrie wordt naar verwachting aanzienlijk. Retailers moeten hun inkoopstrategieën aanpassen en meer investeren in voorspellingsmodellen om overproductie te voorkomen. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe markten voor outlet-verkoop en professionele donatieprogramma’s.

Implementatie, handhaving en boetes

De EU Unsold Consumer Products Disclosure Regulation brengt een strakke tijdlijn met zich mee voor implementatie en handhaving. Lidstaten krijgen beperkte tijd om de wetgeving in nationale regelgeving om te zetten, terwijl bedrijven zich moeten voorbereiden op nieuwe rapportageverplichtingen. De Europese Commissie houdt toezicht op de uitvoering en publiceert geconsolideerde data over productvernietiging.

Belangrijke mijlpalen voor bedrijven en de Europese Commissie
19 juli 2026
ESPR treedt in werking
Rapportageverplichting start, verbod op vernietiging kleding/schoeisel
Maart 2027
Standaard rapportageformaat verplicht
Alle bedrijven moeten het uniforme rapportageformat gebruiken
2027
Eerste rapportage deadline
Bedrijven rapporteren over tweede halfjaar 2026
Juli 2027
EU consolidatie-rapport
Europese Commissie publiceert geconsolideerde informatie over vernietiging
Belangrijke mijlpalen voor bedrijven en de Europese Commissie

Tijdlijn en overgangsperiode

De wetgeving treedt in werking op 19 juli 2026, waarbij bedrijven direct moeten beginnen met het bijhouden van gegevens over weggegoide onverkochte producten. Lidstaten hebben tot die datum de tijd om de Europese regels in nationale wetgeving om te zetten en toezichthouders aan te wijzen.

Informatie
Bedrijven moeten vanaf juli 2026 al data verzamelen, ook al wordt het standaard rapportageformaat pas in maart 2027 verplicht gesteld.

De eerste rapportages zijn verschuldigd in 2027, gebaseerd op gegevens uit het tweede halfjaar van 2026. Dit betekent dat bedrijven onmiddellijk na inwerkingtreding hun administratie op orde moeten hebben. Vergelijkbaar met andere EU implementatiestappen voor strategische sectoren krijgen bedrijven weinig tijd voor aanpassing van interne processen.

Het standaard rapportageformaat wordt beschikbaar gesteld door de Europese Commissie uiterlijk in maart 2027. Tot die tijd mogen bedrijven eigen formats gebruiken, mits deze voldoen aan de informatie-eisen uit de verordening.

Sancties bij niet-naleving

Lidstaten moeten effectieve, proportionele en afschrikkende sancties vaststellen voor bedrijven die hun rapportageverplichtingen niet nakomen. De exacte hoogte van boetes wordt per lidstaat bepaald, maar moet volgens EU-jurisprudentie voldoende zijn om naleving af te dwingen.

Let op
Niet-naleving kan leiden tot aanzienlijke boetes, vergelijkbaar met sancties onder andere EU-transparantiewetgeving zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive.

Mogelijke sancties omvatten financiële boetes, publicatie van overtredingen, en in ernstige gevallen tijdelijke uitsluiting van overheidsopdrachten. Bedrijven die het vernietigingsverbod voor kleding en schoeisel overtreden, riskeren aanvullende sancties bovenop de rapportageboetes.

Nationale toezichthouders krijgen de bevoegdheid om controles uit te voeren en toegang te eisen tot bedrijfsdocumentatie. De bewaartermijn van vijf jaar voor rapportagegegevens maakt het mogelijk om achteraf overtredingen vast te stellen.

Rol van de Europese Commissie

De Europese Commissie publiceert uiterlijk op 19 juli 2027 de eerste geconsolideerde informatie over productvernietiging in de EU, gebaseerd op de bedrijfsrapportages. Deze publicatie wordt jaarlijks herhaald en vormt de basis voor eventuele aanscherping van de wetgeving.

Tip
De geconsolideerde rapporten van de Commissie bieden bedrijven inzicht in sectorgemiddelden en best practices voor het verminderen van productvernietiging.

Daarnaast monitort de Commissie de implementatie door lidstaten en kan zij inbreukprocedures starten tegen landen die de wetgeving onvoldoende handhaven. De evaluatie van de verordening staat gepland voor 2030, waarbij de effectiviteit van de transparantie-eisen wordt beoordeeld.

De Commissie behoudt zich het recht voor om het toepassingsgebied uit te breiden naar kleinere bedrijven of aanvullende productcategorieën, afhankelijk van de resultaten van de eerste rapportagecyclus.

Bronnen

  1. 1
    ?Uri=Celex:32026R0002eur-lex.europa.eu
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12