Inflatie Nederland 2026: waarom boodschappen duur blijven ondanks dalende cijfers
De inflatie is gedaald, maar consumenten merken dat nauwelijks in de supermarkt. Hoe kan dat? Wij leggen het uit.
Samenvatting
Wat is inflatie precies – en wat niet?
Inflatie meet de snelheid waarmee prijzen stijgen, niet het prijsniveau zelf. Een inflatie van 2,4 procent in januari 2026 betekent dat producten en diensten gemiddeld 2,4 procent duurder zijn dan in januari 2025. Het zegt niets over hoeveel duurder ze zijn vergeleken met drie of vier jaar geleden.
Dat onderscheid is belangrijk. Als de inflatie daalt van 10 naar 2 procent, worden producten nog steeds duurder – alleen minder snel. De prijsstijgingen van voorgaande jaren zijn niet teruggedraaid. Het CBS noemt dit het verschil tussen inflatie (de verandering) en het prijspeil (het niveau).
De cijfers: inflatie van 2022 tot begin 2026
Na de energiecrisis van 2022 bereikte de Nederlandse inflatie een piek van 10,0 procent (jaargemiddelde CPI). In 2023 daalde het naar 3,8 procent, gevolgd door een verdere daling naar 2,7 procent in 2024. In 2025 steeg de inflatie weer licht naar 3,3 procent, vooral door hogere huurprijzen en voedselkosten. Begin 2026 zet de dalende trend opnieuw in: 2,4 procent CPI in januari.
Waarom de supermarkt duur blijft voelen
De voedselinflatie bedroeg gemiddeld 4,0 procent in 2025, met een piek van ruim 7 procent in april. Enkele productgroepen sprongen er uit: rundvlees werd tot 23 procent duurder, koffie 20 procent en chocolade 18 procent. Die stijgingen komen bovenop de al forse verhogingen van 2022 en 2023.
Cumulatief zijn boodschappen sinds 2021 naar schatting circa 28 tot 32 procent duurder geworden. Dat verklaart waarom de supermarkt duur blijft voelen, ook bij een lage inflatie van 2 procent: die 2 procent komt bovenop een al sterk verhoogd prijsniveau. In januari 2026 daalde de voedselinflatie naar 2,0 procent – het laagste niveau in jaren – maar het prijskaartje op de plank blijft hoog.
Greedflation en shrinkflation: wie verdient er aan dure boodschappen?
Onderzoek van Foodwatch laat zien dat grote voedingsbedrijven hun winsten tot vijf keer sneller lieten stijgen dan de inflatie. Bedrijven als Nestle, Mondelez en Unilever verhoogden hun prijzen fors, terwijl hun inkoopkosten lang niet zo hard stegen. De supermarkten zelf profiteren daar overigens minder van dan vaak gedacht: de EBIT-marge van Nederlandse supermarkten daalde juist van 3,1 naar 1,5 procent, zo blijkt uit onderzoek van EFMI.
Daarnaast speelt shrinkflation een rol: fabrikanten verkleinen verpakkingen met soms 15 procent terwijl de prijs gelijk blijft of zelfs stijgt. De ACM is in september 2025 een onderzoek gestart naar supermarktprijzen en de prijsopbouw in de keten. De resultaten worden verwacht in de zomer van 2026. Nederlandse boodschappen zijn inmiddels duurder dan in omringende landen als Duitsland en Belgie.
Energieprijzen: fors gedaald, maar niet terug op oude niveau
De energieprijzen zijn de component waar de inflatiedaling het duidelijkst zichtbaar is. Op het hoogtepunt in de zomer van 2022 bereikten gasprijzen op de TTF-markt bijna 311 euro per megawattuur. Consumenten betaalden tot 3,50 euro per kubieke meter gas en meer dan 1 euro per kilowattuur stroom.
Begin 2026 liggen de tarieven bij de twintig grootste leveranciers op gemiddeld 1,33 euro per kubieke meter gas en 0,31 euro per kilowattuur stroom. Dat is een daling van circa 60 procent ten opzichte van de piek, maar nog steeds hoger dan het pre-crisisniveau van 2020 (circa 0,81 euro voor gas en 0,23 euro voor stroom). Het energieplafond is per 1 januari 2024 afgeschaft.
Huren: de grootste inflatiedrijver van 2025
De huurprijzen stegen in 2025 met gemiddeld 5,1 procent, goed voor 1,07 procentpunt van de totale inflatie – de grootste individuele bijdrage. De maximale huurverhoging lag in 2025 op 5,0 procent voor sociale huur, 7,7 procent voor middenhuur en 4,1 procent voor de vrije sector.
Voor 2026 zijn de maxima vastgesteld op 4,1 procent (sociaal), 6,1 procent (middenhuur) en 4,4 procent (vrije sector). Vanaf 2026 wordt de maximale huurverhoging gekoppeld aan het driejaarsgemiddelde van de inflatie in plaats van het jaarcijfer. Dat dempt pieken, maar betekent ook dat huurders langer de gevolgen voelen van de hoge inflatie uit 2022-2023.
Lonen en koopkracht: het herstel
De lonen stijgen inmiddels harder dan de inflatie, waardoor de koopkracht langzaam herstelt. De CAO-loonstijging bedroeg 6,5 procent in 2024 (de hoogste in ruim veertig jaar) en 5,0 procent in 2025. Na aftrek van de inflatie leverde dat een reele loongroei op van 3,3 procent in 2024 en 1,6 procent in 2025.
Toch voelt niet iedereen dat herstel even sterk. Het Nibud becijferde dat de koopkracht in 2026 gemiddeld met 0,9 procent stijgt – circa 40 euro per maand – maar de spreiding is groot: van -1,2 procent voor sommige huishoudens tot +2,9 procent voor andere. Zelfstandigen gaan er relatief minder op vooruit door de verlaging van de zelfstandigenaftrek.
Nederland vergeleken met Europa
De Nederlandse inflatie lag in 2025 en begin 2026 boven het Europese gemiddelde. In januari 2026 bedroeg de geharmoniseerde inflatie (HICP) in Nederland 2,2 procent, terwijl het eurozone-gemiddelde op 1,7 procent lag. De Nederlandsche Bank constateerde dat de Nederlandse inflatie “ruim boven het EU-gemiddelde” blijft, vooral door hogere loon- en huurstijgingen.
ECB-rente en de inflatiedoelstelling
De Europese Centrale Bank (ECB) hanteert een inflatiedoelstelling van 2 procent voor de eurozone. Na een reeks renteverlagingen in de eerste helft van 2025 (van 3,0 naar 2,0 procent) hield de ECB de depositorente vanaf juli 2025 stabiel op 2,0 procent. Begin februari 2026 bleef de rente ongewijzigd.
De ECB verwacht dat de inflatie in de eurozone in 2026 uitkomt op 1,9 procent – net onder de doelstelling. Circa 85 procent van de ondervraagde economen verwacht dat de rente in de eerste helft van 2026 ongewijzigd blijft. De kans op een verdere verlaging later in het jaar is beperkt, mede door geopolitieke onzekerheden en het effect van mogelijke Amerikaanse importtarieven.
Verwachtingen voor 2026: wat voorspellen de instituten?
Alle grote instituten verwachten een verdere daling van de inflatie in 2026. Het CPB raamt de Nederlandse CPI-inflatie op 2,6 procent, DNB op 2,4 tot 2,6 procent en Rabobank houdt het op 2,2 procent (HICP). De risico’s liggen vooral aan de bovenkant: hogere importtarieven als gevolg van Amerikaans handelsbeleid, geopolitieke spanningen die energieprijzen kunnen opdrijven, en aanhoudend hoge loongroei die de binnenlandse inflatie voedt.
Wat betekent dit voor uw portemonnee?
De koopkracht herstelt, maar langzaam en ongelijkmatig. Het Nibud berekende voor 117 voorbeeldhuishoudens een gemiddelde koopkrachtverbetering van 0,9 procent in 2026 – circa 40 euro per maand. De bijstand, Wajong en AOW stijgen mee met het minimumloon. De huurtoeslag wordt verruimd en meer huurders komen in aanmerking.
Veelgestelde vragen over inflatie
Bronnen
- CBS – Inflatie 3,3 procent in 2025
- CBS – Inflatie daalt naar 2,4 procent in januari 2026
- CBS – CAO-lonen stijgen in 2025 met 5,0 procent
- Eurostat – HICP flash estimate januari 2026
- CPB – Macro Economische Verkenning 2026
- Nibud – Koopkrachtberekeningen 2026
- ECB – Projecties december 2025
- ACM – Onderzoek supermarktprijzen
- Foodwatch – Recordwinsten voedselindustrie
- Rabobank – Inflatiemonitor Q1 2026
- DNB – Voorjaarsraming 2025
- Rijksoverheid – Huurverhoging 2026
Bronnen
- 1
- 2
- 3
- 4Eurostat – HICP flash estimate januari 2026ec.europa.eu
- 5
- 6
- 7ECB – Projecties december 2025ecb.europa.eu
- 8
- 9Foodwatch – Recordwinsten voedselindustriefoodwatch.org
- 10Rabobank – Inflatiemonitor Q1 2026rabobank.nl
- 11
- 12Rijksoverheid – Huurverhoging 2026rijksoverheid.nl