Samenvatting

ZZP-wetgeving 2026 in cijfers
1,2 mln
Zzp’ers in Nederland
up
1.200
Zelfstandigenaftrek 2026 (euro)
down
36
Rechtsvermoeden uurtarief (euro)
5,4%
Verwachte AOV-premie (BAZ)
2030
Verwachte invoering AOV
12,70%
MKB-winstvrijstelling
Bronnen: Belastingdienst, KVK, Rijksoverheid (februari 2026)

Politieke achtergrond: van kabinet-Schoof naar kabinet-Jetten

De zzp-wetgeving kent een bewogen politieke geschiedenis. Het kabinet-Schoof viel op 3 juni 2025 na het vertrek van de PVV. Na de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025 trad op 23 februari 2026 het kabinet-Jetten aan (D66, VVD en CDA). Dit minderheidskabinet met 66 van de 150 zetels heeft het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ gepresenteerd, waarin de aanpak van schijnzelfstandigheid en de positie van zzp’ers een van de speerpunten is.

Het kabinet-Jetten bouwt deels voort op wetgeving die onder het vorige kabinet is voorbereid. De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) wordt opgesplitst, en er komt een nieuwe Zelfstandigenwet. De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (BAZ) wordt verder behandeld. Omdat het kabinet een minderheid heeft in de Tweede Kamer, is voor elke wet steun van de oppositie nodig.

Tijdlijn zzp-wetgeving
Maart 2023
Deliveroo-arrest Hoge Raad
De Hoge Raad formuleert negen gezichtspunten om te beoordelen of iemand werknemer of zelfstandige is.
1 januari 2025
Handhavingsmoratorium opgeheven
De Belastingdienst handhaaft weer actief op schijnzelfstandigheid. In 2025 worden geen boetes opgelegd.
3 juni 2025
Val kabinet-Schoof
Het kabinet valt na vertrek van de PVV. Het kabinet handelt lopende zaken af als demissionair kabinet.
7 juli 2025
Wet VBAR naar Tweede Kamer
Minister Van Hijum dient het wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer (Kamerstuk 36783).
September 2025
BAZ naar Raad van State
Het wetsvoorstel voor de basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen gaat ter advisering naar de Raad van State.
29 oktober 2025
Tweede Kamerverkiezingen
D66 en PVV worden de grootste partijen met elk 26 zetels, gevolgd door de VVD met 22 zetels.
1 januari 2026
Zelfstandigenaftrek naar 1.200 euro
De zelfstandigenaftrek daalt van 2.470 euro (2025) naar 1.200 euro. Vergrijpboetes bij opzet worden mogelijk.
23 februari 2026
Kabinet-Jetten beeedigd
Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA treedt aan met het coalitieakkoord ‘Aan de slag’.
Bronnen: Rijksoverheid, Tweede Kamer, Belastingdienst

Schijnzelfstandigheid: handhaving is weer actief

Na een handhavingsmoratorium dat jarenlang gold, handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. Dit betekent dat opdrachtgevers en zzp’ers moeten kunnen aantonen dat er sprake is van een zelfstandige werkrelatie en niet van een verkapt dienstverband.

Handhaving in de praktijk

De Belastingdienst kiest voor een ‘zachte landing’. In 2025 worden geen boetes opgelegd, maar naheffingen loonbelasting zijn wel mogelijk – terugwerkend tot 1 januari 2025. In 2026 verandert dat deels: verzuimboetes worden nog niet opgelegd, maar vergrijpboetes bij opzet of grove schuld zijn wel mogelijk. De Belastingdienst zet een specialistenteam van 80 medewerkers in, voert naar verwachting meer dan 1.100 bedrijfsbezoeken uit en doet ongeveer 300 boekenonderzoeken.

Bij zogeheten ‘kwaadwillendheid’ – bewust onjuist handelen ondanks eerdere waarschuwingen – kan de Belastingdienst tot vijf jaar teruggaan. In de praktijk start de dienst meestal met een bedrijfsbezoek voordat een formeel boekenonderzoek volgt.

De negen gezichtspunten van het Deliveroo-arrest

De Hoge Raad oordeelde op 24 maart 2023 in het Deliveroo-arrest dat bezorgers van Deliveroo werknemers waren en geen zelfstandigen. Dit arrest introduceerde negen gezichtspunten waarmee wordt beoordeeld of iemand in loondienst werkt of als zelfstandige. De Belastingdienst gebruikt deze criteria bij de handhaving.

Negen Deliveroo-criteria
1
Aard en duur werkzaamheden
Lijken de taken op reguliere functies binnen de organisatie?
2
Werktijden en werkwijze
Heeft de werker vrijheid in hoe en wanneer het werk wordt uitgevoerd?
3
Inbedding in de organisatie
Hoe verweven is de werker met de bedrijfsstructuur?
4
Persoonlijke arbeid
Moet de werker het werk persoonlijk uitvoeren of mag iemand anders worden gestuurd?
5
Totstandkoming overeenkomst
Was er ruimte voor onderhandeling of is een standaardcontract getekend?
6
Beloning en tarief
Bepaalt de zzp’er zelf het tarief? Wordt per uur of per resultaat betaald?
7
Hoogte van de beloning
Weerspiegelt het tarief ondernemersrisico, kosten en expertise?
8
Commercieel risico
Draagt de werker risico’s zoals aansprakelijkheid en geen betaling bij ziekte?
9
Extern ondernemerschap
Heeft de werker meerdere opdrachtgevers, eigen marketing en bedrijfsmiddelen?
Bron: Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo-arrest)

Er is geen vaste rangorde tussen de criteria. Alle negen gezichtspunten worden in onderlinge samenhang gewogen. Ondernemerschap telt als volwaardig criterium, zo bevestigde de Hoge Raad in latere uitspraken.

Wet VBAR en Zelfstandigenwet: wat verandert er?

De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) is op 7 juli 2025 ingediend bij de Tweede Kamer door toenmalig minister Van Hijum. Het kabinet-Jetten heeft besloten de wet op te splitsen in twee aparte trajecten.

Rechtsvermoeden bij uurtarief onder 36 euro

Het rechtsvermoeden uit de VBAR gaat als zelfstandig wetgevingstraject door. Bij een uurtarief onder 36 euro verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever: die moet dan aantonen dat er geen sprake is van een dienstverband. Naar schatting raakt dit ongeveer 200.000 zzp’ers, zo’n 15 procent van het totaal.

Het drempelbedrag van 36 euro is vastgesteld op basis van de referentiedatum 1 januari 2025. Het wordt jaarlijks geindexeerd aan de hand van de verhoging van het minimumloon.

Zelfstandigenwet: de vervanging van het verduidelijkingsdeel

Het verduidelijkingsdeel van de VBAR wordt vervangen door de Zelfstandigenwet, een initiatiefwetsvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP. Deze wet bevat twee toetsen.

De eerste is een zelfstandigentoets (ook wel ondernemerstoets genoemd). Hierbij wordt gekeken naar KvK-inschrijving, btw-nummer, investeringen en het hebben van meerdere opdrachtgevers. Daarnaast worden verplichtingen opgenomen rond pensioenopbouw en een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De tweede toets is een werkrelatietoets. Die kijkt naar de vrijheid in de uitvoering van het werk en het ontbreken van hierarchische sturing. Anders dan in de huidige jurisprudentie weegt de bedoeling van beide partijen mee. Daarnaast komt er een Commissie Beoordeling Toetsingskader die vooraf bindend uitsluitsel kan geven over de arbeidsrelatie.

Fiscale wijzigingen voor zzp’ers in 2026

Naast de wetgeving rond arbeidsrelaties verandert er ook fiscaal het nodige voor zelfstandigen. De zelfstandigenaftrek daalt fors en de fiscale oudedagsreserve (FOR) is al eerder afgeschaft.

Fiscale aftrekposten: 2025 versus 2026
2025
2026
Zelfstandigenaftrek
2.470 euro
Zelfstandigenaftrek
1.200 euro
Startersaftrek
2.123 euro
Startersaftrek
2.123 euro (ongewijzigd)
MKB-winstvrijstelling
12,70%
MKB-winstvrijstelling
12,70% (ongewijzigd)
FOR (oudedagsreserve)
Afgeschaft (per 2023)
FOR (oudedagsreserve)
Afgeschaft (per 2023)
KIA (min. investering)
Vanaf 2.901 euro
KIA (min. investering)
Vanaf 2.901 euro
KOR (btw-vrijstelling)
Tot 20.000 euro omzet
KOR (btw-vrijstelling)
Tot 20.000 euro omzet
Bronnen: Belastingdienst, KVK (februari 2026)

Zelfstandigenaftrek: van 2.470 naar 1.200 euro

De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 nog 1.200 euro. Dat is een daling van meer dan de helft ten opzichte van 2025, toen het bedrag 2.470 euro was. In 2027 daalt de aftrek verder naar het eindniveau van 900 euro. De volledige afschaffing die eerder werd verwacht, gaat vooralsnog niet door.

Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek gelden dezelfde voorwaarden als voorheen: je moet ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting, voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar en de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. De aftrek wordt verrekend tegen het tarief in de tweede schijf, in 2026 is dat 37,56 procent.

Overige fiscale regelingen

De startersaftrek blijft in 2026 ongewijzigd op 2.123 euro. Deze aftrek komt bovenop de zelfstandigenaftrek en geldt voor ondernemers die in minimaal een van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer waren. De MKB-winstvrijstelling blijft 12,70 procent van de winst na ondernemersaftrek.

De fiscale oudedagsreserve (FOR) is al per 1 januari 2023 afgeschaft. Nieuwe dotaties zijn niet meer mogelijk. Wie nog een FOR-saldo op de balans heeft staan, kan dat afwikkelen bij staking van de onderneming of omzetten in een lijfrente.

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) biedt in 2026 bij investeringen tussen 2.901 en 71.683 euro een aftrek van 28 procent. Bij hogere investeringen geldt een vast bedrag van 20.072 euro dat geleidelijk afneemt. Boven 398.236 euro aan investeringen vervalt de aftrek volledig.

Belastingschijven 2026

De inkomstenbelasting kent in 2026 drie schijven. Tot 38.883 euro geldt een tarief van 35,75 procent. Tussen 38.883 en 78.426 euro is het tarief 37,56 procent. Boven 78.426 euro betaal je 49,50 procent. De zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling worden verrekend tegen het tarief van de tweede schijf.

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (BAZ)

De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) is in september 2025 ter advisering naar de Raad van State gestuurd. De behandeling in de Tweede Kamer staat gepland voor 2 april 2026. Invoering wordt niet voor 2030 verwacht, zo bevestigt de Kamer van Koophandel.

Het wetsvoorstel verplicht alle IB-ondernemers met winst uit onderneming om zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. DGA’s, resultaatgenieters en meewerkende partners vallen buiten de regeling. De premie bedraagt naar verwachting 5,4 procent van het inkomen, met een maximum van circa 171 euro per maand. De uitkering is 70 procent van het laatstverdiende inkomen, tot maximaal 100 procent van het minimumloon.

De wachttijd is vastgesteld op twee jaar – verlengd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van een jaar. Het UWV voert de regeling uit. Zzp’ers die al een gelijkwaardige private verzekering hebben, kunnen kiezen voor een opt-out. Die private verzekering moet dan wel aan minimumvoorwaarden voldoen: een eindleeftijd van minimaal 55 jaar, een wachttijd van maximaal twee jaar en geen beperkte uitkeringsduur.

Het kabinet-Jetten schrijft in het coalitieakkoord: ‘We zetten de behandeling van de BAZ voort met de mogelijkheid om privaat te verzekeren (opt-out).’ Naar schatting is op dit moment drie op de vier zzp’ers niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.

Modelovereenkomsten en de webmodule

Alle bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten zijn automatisch verlengd tot en met 31 december 2029. De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer. De reden: de overeenkomsten gaven een vals gevoel van zekerheid, terwijl de feitelijke uitvoering bepalend is.

Wie wil toetsen of een werkrelatie als dienstverband of als zelfstandige samenwerking kwalificeert, kan de webmodule beoordeling arbeidsrelatie gebruiken op beoordelingarbeidsrelatie.nl. Deze vragenlijst duurt ongeveer dertig minuten en geeft een indicatie – maar geen juridisch bindend oordeel. De webmodule is ontwikkeld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Pensioenopbouw als zzp’er

Er is op dit moment geen generieke pensioenplicht voor zzp’ers. Wel zijn er beroepsgroepen waarvoor een verplichte pensioenregeling geldt, zoals huisartsen, fysiotherapeuten, notarissen en schilders. Overige zzp’ers kunnen vrijwillig pensioen opbouwen via een lijfrenteverzekering of banksparen. De premie is fiscaal aftrekbaar in box 1.

De Zelfstandigenwet van het kabinet-Jetten noemt pensioenopbouw als onderdeel van de ondernemerstoets. Dat zou betekenen dat aantoonbare pensioenopbouw in de toekomst een voorwaarde kan worden om als zelfstandige te worden erkend. Dit is echter nog niet wetgevend uitgewerkt.

Wat kun je doen als zzp’er?

De komende jaren verandert er veel voor zelfstandigen. Hierbij een overzicht van stappen die je nu al kunt nemen.

Checklist voor zzp’ers
Toets je werkrelaties met de webmodule op beoordelingarbeidsrelatie.nl
Leg afspraken schriftelijk vast: eigen werkwijze, meerdere opdrachtgevers, geen gezagsverhouding
Bereken het effect van de lagere zelfstandigenaftrek (1.200 euro in 2026) op je belastingdruk
Controleer of je modelovereenkomst nog geldig is (verlengd tot eind 2029)
Overweeg een arbeidsongeschiktheidsverzekering – ook als de BAZ nog niet ingaat
Bouw pensioen op via lijfrente of banksparen – de premie is aftrekbaar
Houd minimaal twee opdrachtgevers aan voor een sterkere zelfstandige positie
Bewaar facturen, offertes en contracten als bewijs van ondernemerschap
Raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur of de Kamer van Koophandel

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Sinds wanneer handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid?
Sinds 1 januari 2025. Het handhavingsmoratorium dat jarenlang gold, is op die datum opgeheven. In 2025 worden geen boetes opgelegd. Vanaf 2026 zijn vergrijpboetes bij opzet of grove schuld wel mogelijk.
Hoeveel bedraagt de zelfstandigenaftrek in 2026?
De zelfstandigenaftrek is in 2026 verlaagd naar 1.200 euro. In 2025 was dat nog 2.470 euro. In 2027 bereikt de aftrek het eindniveau van 900 euro. De volledige afschaffing gaat vooralsnog niet door.
Wat houdt het rechtsvermoeden bij 36 euro per uur in?
Als een zzp’er minder dan 36 euro per uur verdient, wordt vermoed dat er sprake is van een dienstverband. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat dit niet zo is. Dit raakt naar schatting zo’n 200.000 zzp’ers.
Wanneer wordt de verplichte AOV voor zzp'ers ingevoerd?
De invoering van de BAZ (basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen) wordt niet voor 2030 verwacht. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting in april 2026 behandeld in de Tweede Kamer. De premie bedraagt naar verwachting 5,4 procent van het inkomen.
Zijn modelovereenkomsten nog geldig?
Ja, alle bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten zijn automatisch verlengd tot en met 31 december 2029. De Belastingdienst beoordeelt echter geen nieuwe overeenkomsten meer. Een modelovereenkomst biedt bovendien geen bescherming als de feitelijke werkrelatie niet overeenkomt met het contract.
Wat is het verschil tussen de VBAR en de Zelfstandigenwet?
De VBAR was een wetsvoorstel met twee delen: verduidelijking van arbeidsrelaties en een rechtsvermoeden bij een laag uurtarief. Het kabinet-Jetten splitst de VBAR op. Het rechtsvermoeden gaat als zelfstandig traject door. De verduidelijking wordt vervangen door de Zelfstandigenwet, met een ondernemerstoets en een werkrelatietoets.
Hoe werkt de webmodule beoordeling arbeidsrelatie?
De webmodule is een online vragenlijst op beoordelingarbeidsrelatie.nl, ontwikkeld door het Ministerie van SZW. Het invullen duurt ongeveer dertig minuten. De uitkomst is een indicatie (wel of geen dienstbetrekking), maar geen juridisch bindend oordeel.
Actueel
Gecontroleerd:
Volgende review:
3 bronnen

Bronnen

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
    Webmodule beoordeling arbeidsrelatiebeoordelingarbeidsrelatie.nl
  12. 12